WEEKEND WESTHOEK: WADDENDYNAMIEK IN OPTIMA FORMA!

Afgelopen periode culmineerde de combinatie van school en excursies in een jaar waarin ik het zo druk had dat een ingrijpende keuze onvermijdelijk was. Deze keuze was op zich vrij overzichtelijk: Minder school of minder excursies. Uiteraard waren de consequenties van beide keuzes niet gelijk, maar uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om mijn schoolcarrière, in ieder geval voorlopig, aan de spreekwoordelijke wilgen te hangen en me volledig te richten op dat wat ik het allerliefste doe en waar ik het allerliefste ben: vogels kijken ergens buiten in een mooi gebied.

Na een vakantie, die het bijna onvermijdelijke bijvoeglijk naamwoord "welverdiend" in dit geval en naar mijn bescheiden mening ook daadwerkelijk wel verdient, mocht ik afgelopen weekend weer aantreden, nu voor het eerst al fulltime vogelgids. Praktisch gezien verandert er natuurlijk weinig, maar toch voelde het vooraf enigszins anders. Het is moeilijk onder woorden te brengen wat het precies was, maar het had vast te maken met een gevoel van urgentie. Niet dat ik er ooit de kantjes vanaf heb gelopen, maar nu het "voor het eggie" is en het vrijblijvende eraf is, had ik nog meer het idee dat ik wilde en moest "leveren". Omdat je echter toch bent overgeleverd aan de natuur en haar prachtige doch onvoorspelbare grillen, kun je zelf proberen in de voorbereiding en logistiek alles zo goed mogelijk op orde te hebben, maar vervolgens is het toch maar afwachten wat het gaat opleveren. Allemaal volkomen logisch, natuurlijk, en niets anders dan hoe het altijd is geweest, maar ik werd er toch ineens lichtelijk zenuwachtig van. Nu was het wel zo dat de twee Westhoekexcursies, die voor dit weekend op het programma stonden, echte thuiswedstrijden waren. Niet alleen ken ik de gebieden goed, de soorten waar de kijkers vooral op gericht zouden staan (steltlopers) zijn zowel favoriet als specialiteit. Het allerleukste van vogels kijken, naast terugkijken op een geslaagde excursie, is het vinden van een zeldzame soort (waarbij het summum natuurlijk het vinden van een zeldzame soort TIJDENS een excursie is). (***ZELFBEVLEKKINGSALARM AAN)*** Als ik een top 10 mag maken van mooiste en beste eigen vondsten uit mijn vogelcarrière, dan prijken daar buitengewoon veel steltlopers in. Zo vond ik onder andere de eerste en tot nu toe enige Grijze strandloper voor de provincie Groningen, de eerste en tot nu toe enige Bairds strandloper voor Friesland en als toppunt de eerste en tot nu toe enige Taigastrandloper van Nederland. (***ZELFBEVLEKKINGSALARM UIT***). Daarbij moet wel vermeld dat ik bij twee van de drie soorten wel eerst hulptroepen nodig had om de identiteit van de soort te bevestigen. Wat er bij mij namelijk gebeurt wanneer ik een echte zeldzaamheid vind die niet in de categorie "dom blondje" thuis hoort, is dat het gezegde "Je ogen niet geloven" in de meest letterlijke betekenis van het woord bewaarheid wordt. Ik begin meteen zo hard te twijfelen dat ik letterlijk niet geloof wat ik zie en derhalve de neiging heb om niet meer objectief te (kunnen) kijken. Je wordt vaak ook zo overvallen door een dergelijke vondst dat het haast te mooi lijkt om waar te zijn. Aangezien ik altijd heb geloofd dat wanneer iets te mooi lijkt om waar te zijn, het vaak ook niet waar is, begin ik als oplossing dan maar te twijfelen aan mijn eigen vermogens. Ach ja, voer voor psychologen, wellicht, of anders misschien een vorm van voorzichtigheid die je in sommige situaties ook kan helpen. Overigens, voor mensen die niet zo in vogelaarsjargon zitten: De term "dom blondje" is een prachtige metafoor voor soorten die zo makkelijk te herkennen zijn dat zelfs je halfblinde buurman van 94 die nooit naar vogels heeft gekeken de soort op grote afstand en zonder verrekijker kan herkennen. Denk aan soorten als Bijeneter, Scharrelaar of Flamingo. Afijn, het weekend Westhoek, dus. De voortekenen waren alvast prachtig. Het tij leek precies goed (dat wist ik natuurlijk, want op basis daarvan waren de excursies gepland) maar ook de wind, hoewel stevig, leek op beide dagen geen roet in het eten te kunnen gooien, iets wat vorig jaar wel gebeurde. Het is namelijk zo dat bij te harde aanlandige wind het tij te snel te hoog kan komen en de vogels al snel binnendijks verdwijnen, maar bij aflandige wind kan het zijn dat de vloedlijn te ver weg blijft en de vogels dus niet gezellig dichtbij komen staan waardoor het spektakel danig aan intensiteit inboet. Achteraf gezien leken de excursies van zaterdag en zondag erg op elkaar, zowel qua omstandigheden als qua route als qua waargenomen soorten, dus ik neem hierbij de vrijheid om er een twee-in-één verslag van te maken. Beide dagen begonnen op de pier van Holwerd, alwaar de zaterdaggroep werd getrakteerd op een vrouwtje Grauwe kiekendief en de zondaggroep een juveniele Slechtvalk tevergeefs zagen oefenen op het vangen van iets eetbaars. De steltlopers lieten het hier een beetje afweten, hoewel er zondag nog wel wat te genieten viel in de vorm van de eerste Krombek- en Bontbekstrandlopers, Kanoeten en enkele Regenwulpen, waarvan er één mooi dichtbij een krab wegwerkte.

Regenwulp
Het ziet er pijnlijk uit, het doorslikken van zo'n krabbenschildje...

Na Holwerd slingerden we ons over smalle maar prachtige Friese dijkdorpjes een weg naar wat het hoofdprogramma van de beide dagen moest worden, de befaamde hoogwatervluchtplaats Westhoek. En we kunnen rustig zeggen dat we beide dagen (op zondag kwam het tij iets langzamer op, wat misschien net iets beter was) met de neus diep in de boter vielen! Wat is dit toch een ongekend spektakel wanneer je de dynamiek van zowel de Wadden als de vogeltrek in optima forma wilt voelen en er voor heel even deel van uit wilt maken. De combinatie van de visuele en auditieve show die de steltlopers, die vanuit alle hoeken van het arctisch gebied de Waddenzee hebben weten te bereiken, hier voor je neus opvoeren is adembenemend en onvergetelijk en maakt steeds weer indruk, hoe vaak je het ook al hebt meegemaakt! Het is een verslavende plek, die niet goed in foto's of beelden is te vangen. Daarnaast zijn er maar weinig plekken waar zo veel verschillende soorten steltlopers in zo veel verschillende kleden zo dichtbij te bewonderen zijn. We zagen hier o.a. Goud- en Zilverplevieren, Bonte strandlopers (vele duizenden!), Bontbekplevieren, Krombekstrandlopers, Kleine strandlopers, Drieteenstrandlopers, Kanoeten, Rosse grutto's, Wulpen, Regenwulpen, Tureluurs, Kluten en dan vergeet ik vast nog wel een soort of twee. Een soort die ik nog niet heb genoemd maar ook niet ben vergeten is de verreweg zeldzaamste vogel die we eruit wisten te pikken: een BONAPARTES STRANDLOPER, een dwaalgast uit Noord-Amerika, die er dus al een trans-Atlantische reis op heeft zitten! Zowel op zaterdag als op zondag kregen we deze soort, die voor velen nieuw was, in beeld, maar omdat 'ie relatief op grote afstand bleef, was een bewijsplaatje nog geen sinecure. Meer dan dit zat er niet in:

Bonapartes strandloper. Zie o.a. de duidelijke wenkbrauw, het langgerekte lichaam, met de witte onderdelen met enkel wat streepjes op de flanken, de korte pootjes en het korte, licht gebogen zwarte snaveltje. Geen onvergetelijke, esthetische schoonheid, wel heel zeldzaam!

Uiteraard gaat een aantal deelnemers speciaal mee voor bepaalde soorten, bij het merendeel zal toch vooral de massaliteit de meeste indruk hebben gemaakt. Zoals ik al zei: foto's zijn een schamele afspiegeling van het spektakel, alleen al vanwege het feit dat het bijbehorende geluid ontbreekt, maar hier toch een poging. Alle foto's zijn overigens gemaakt met de nieuwe combi Canon R6 met de lichtgewicht Canon 800mm F/11

Vooral Bonte strandlopers, met enkele oranje buikjes van Krombekstrandlopers.