VIJFDAAGSE: WINTERVOGELEN MET HINDERNISSEN!
- Martijn Bot
- 1 dag geleden
- 9 minuten om te lezen
FIVE DAY TOUR: WINTER BIRDING IN THE NETHERLANDS, 22-26 JANUARY '26
Elke zomer ontvang ik een groep van de Britse touroperator Wildlife Worldwide om vijf dagen lang te genieten van de vele vogels en mooie soorten (o.a. steltlopers, maar ook roofvogels) die de nazomer in Noord-Nederland kunnen opleveren. Dit jaar stond er voor het eerst ook een wintereditie op het programma. Het liep nog niet meteen storm, dus de groep bleef klein, maar we konden in ieder geval van start. Afgelopen donderdag pikte ik de deelnemers op van Schiphol en lagen er dus vijf dagen vogels kijken in het verschiet. De Waddenkwelders, het bos en hoogveen, Ameland, Lauwersmeer, Oostvaardersplassen en de Kop van Noord-Holland stonden op het programma, dus het lag in de lijn der verwachting dat we vele leuke noordelijke winterspecialiteiten zouden kunnen treffen.
Maar er lag wel een dikke adder onder het gras in de vorm van de vooruitzichten qua weer. Winter kan heel leuk en mooi zijn, maar heeft ook duidelijk een ander gezicht. Misschien kunnen velen van jullie het helemaal niet voorstellen, maar het noorden kampt al een behoorlijke tijd met winterse omstandigheden. Na het enorme pak sneeuw van anderhalve week geleden is het nooit meer echt zacht geweest en ook voor de dagen die in het verschiet lagen, werd een vervelende vorm van winter voorspeld. Louter vriesdagen, met bewolking, een zeer schrale en stevige oostenwind en regelmatig kans op ijzel en andere vormen van gladheid: dat is niet wat je wilt... En helaas bleek ook dat het veelal bijzonder onprettig was om buiten te zijn. Het was simpelweg ontzettend koud, bijna alle waterpartijen en sloten zaten dichtgevroren en het was met name op de tweede en derde ochtend uitkijken voor verraderlijk gladheid op vooral de binnenwegen. En dit alles terwijl in de zuidelijk helft van het land (bij wijze van spreken) de terrassen vol zaten en het tien graden warmer was. Waarin een klein land groot kan zijn...
Kortom: we hadden stomme pech met deze bizarre en barre omstandigheden. Het was duidelijk dat er daardoor ook aanzienlijk minder vogels voor handen waren. Helaas heb ik mijn gasten dus niet in volle glorie kunnen laten zien hoe mooi wintervogelen in Noord-Nederland kan zijn. Door de onaangename omstandigheden zijn we minder buiten de minibus geweest dan we gewoonlijk doen en dat vertaalt zich natuurlijk automatisch in minder soorten. Heel jammer, maar gelukkig was de groep zeer begripvol en namen ze het zoals het kwam. En het is natuurlijk niet dat we helemaal niets hebben gezien: zelfs met minder geluk kun je nog steeds een mooie lijst aan waarnemingen bij elkaar sprokkelen!
Dag 1: Oostvaardersplassen
De eerste dag was qua weer nog voortreffelijk. Oostvaardersplassen zijn op de route noordwaarts vanaf Schiphol een logische eerste tussenstop en het gebied stelde niet teleur. Onder nog staalblauwe luchten van wat achteraf de eerste en meteen ook laatste uren zonneschijn van de hele vijfdaagse bleken te zijn, troffen we bij de eerste stop al meteen de zeldzaamste vogel van de hele trip: het vrouwtje Buffelkopeend zat weliswaar op flinke afstand, maar was door de telescoop goed te zien. Verder konden we al soorten als Pontische meeuw, Topper, Grote zaagbek, Rosse stekelstaart en vele soorten algemene eenden noteren.
Diverse korte stops op uitkijkpunten langs en in de omgeving van het gebied brachten nog veel meer moois. Bruine- en Blauwe kiekendief, baltsende Nonnetjes, een Klapekster, Goudplevieren, een Kemphaan, Grote- en Kleine zilverreigers en Wilde zwanen, bijvoorbeeld. Een eerste speciale vermelding verdienen de, inmiddels haast gegarandeerde, Zeearenden, die met 8 exemplaren en samen met enkele Raven en een Vos een mooie show verzorgden. Toen we het gebied uit reden, hing er bovendien ineens een schitterende Rode wouw boven de weg! De Engelsen beschouwden dit als een volkomen vanzelfsprekendheid en begrepen weinig van mijn opwinding. Voor hen is dit een bijna dagelijkse verschijning, maar voor hier (de Oostvaardersplassen) en nu (midden in de winter) is dit in Nederlands perspectief toch echt een onverwacht cadeau!











Dag 2 - Fochteloƫrveen en Bakkeveen
Code oranje in Noord-Nederland vanwege ijzel maakte dat we het rustig aan deden in de ochtend. Veiligheid boven alles, natuurlijk. Het was een vreemde situatie op de weg. Op de ene plek was er niets aan de hand, maar even verderop kon je je beter op schaatsen verplaatsen.
We begonnen dus maar even bijna letterlijk om de hoek van het hotel, waar zich een roestboom met Ransuilen bevindt. Enkele waren mooi te zien, voor de meeste van de ongeveer 15 had je de warmtebeeldcamera nodig. Ransuilen zijn blijkbaar best zeldzaam in Engeland (of in ieder geval waar mijn gasten vandaan kwamen), want het enthousiasme was groot!

Rustig verplaatsten we ons vervolgens richting Fochteloƫrveen. Het bleek er behoorlijk rustig te zijn en zelfs de Kraanvogels, die we er eigenlijk altijd wel zien, bleken deze zeer koude dag helaas onvindbaar. Wel troffen we enorme groepen Toendrariet-, Kol-, Brand- en Grauwe ganzen aan. Wat speurwerk leverde een handvol van de schaarse (en in ieder geval bij mij favoriete) Kleine rietganzen op. Ook zat er een nogal opmerkelijke hybride Kolgans x rietgans sp. in de groep. Ik heb deze hybrides wel vaker gezien, maar exemplaren met zo'n feloranje snavel kende ik nog niet!






Een wandeling door het bos was, mede door de felle en koude wind, heel rustig. Wat algemene zangvogels (o.a. Goudhanen), een Houtsnip en Geelgorzen waren leuk, een baltsende Havik die roepend en in z'n typische 'vertraagde vleugelslag' recht over ons heen vloog was prachtig. Helaas liet de autofocus van mijn camera me even in de steek, dus je moet het maar geloven ;-)!
Na de lunch (we lunchten elke dag uitgebreid ergens binnen) probeerden we in Bakkeveen nog wat bosvogels aan de trip toe te voegen, maar ook hier was het overwegend frustrerend stil. Gelukkig schoot warmtebeeldcamera te hulp en bracht een rustende Houtsnip. Daar waren we anders zeker straal aan voorbij gelopen!

Dag 3: Waddenkust
Ook deze dag begon weer met code oranje, ditmaal nog wat langer en vervelender dan de dag ervoor. Wederom iets vertraagd begonnen we aan de dag die normaal gesproken vol zou moeten zitten met kwelderspecialiteiten. Echter, door de snijdende wind was het allesbehalve prettig om buiten te zijn en konden we eigenlijk weinig anders dan ons beperken tot korte wandelingetjes, om daarna weer snel op te warmen. Het Lauwersmeer (of in ieder geval de interessante randgebieden) waren ook nog eens volledig dichtgevroren, dus ook daar was het wat schrapen. Dit soort omstandigheden gedurende zo'n lange periode: het is echt uitzonderlijk en dus vette pech....
Het eerste wat je ziet als je het gebied binnenrijdt zijn de enorme groepen Brand- en Rotganzen. Zij stelden in ieder geval niet teleur, hoewel we er in eerste instantie niets bijzonders tussen konden vinden. Wat slalommen tussen de verschillende akkers leverde wel Nonnetjes en meerdere Ringmussen op. Deze laatste soort holt, ook in Engeland, in aantal achteruit, dus het is een waarneming die werd gekoesterd.

Geharnast in alle lagen kleding die we maar beschikbaar hadden, trotseerden we uiteindelijk toch de kwelder. Het bracht zeker niet de aantallen en de soorten die hier de afgelopen maanden gewoon waren, maar toch keerden we terug met o.a. Houtsnip, Watersnip, Fraters, Oeverpiepers, Veldleeuweriken en zeker drie Velduilen. Twee exemplaren vlogen kort rond, een derde vond ik met de warmtebeeldcamera en probeerde zich in de hoge begroeiing te beschermen tegen de snijdende oostenwind.


Een tweede kwelder was goed voor een mooie groep van ongeveer 30 Strandleeuweriken, die dichtbij foerageerden en zich dus mooi toonden.


Het laatste uurtje rondrijden, o.a. langs de oostkant van Lauwersmeer, bracht o.a. een Zeearend, Sperwer, Wilde zwanen, Grote zaagbekken, Brilduikers, Toendrarietganzen en Raven.



Dag 4: Ameland
Een dag die niet op de oorspronkelijke planning stond, maar die eigenlijk wel hoort bij een meerdaagse in het noorden: een bezoek aan een Waddeneiland, in dit geval Ameland. Helaas was het ook vandaag weer zeer koud en bovendien nevelig tot mistig. Het eiland kwam daardoor niet goed tot z'n recht. Ameland is een plek die echt tot de verbeelding spreekt en die vraagt om o.a. een wandeling over het Groene strand, maar dat zat er uit welzijnsoverwegingen vandaag echt niet in. Jammer, jammer, zeker omdat ik dus weet hoe mooi en productief het hier kan zijn.
De dag bestond dus, naast de twee overtochten (Eiders!), vooral uit slalommen door de verschillende polders. De start was echter langs het wad, waar verschillende steltlopers zich leuk, in grote aantallen en van dichtbij toonden. Bonte strandlopers, Goud- en Zilverplevieren, Wulpen, Scholeksters, IJslandse grutto's en Steenlopers scharrelden over het langzaam vollopende Wad rondom de veerhaven bij Nes.




De polders liepen, zoals gebruikelijk, over van de ganzen. Natuurlijk gingen we vooral op zoek naar dƩ winterspecialiteit van Ameland: Roodhalsgans. Nergens in Europa, buiten de Zwarte zeekust waar ze in grote aantallen overwinteren, is de soort zo 'betrouwbaar' als op dit Waddeneiland. Natuurlijk gaat het maar om kleine aantallen, maar ze zijn er al jaren eigenlijk altijd. De eerste hadden we al heel snel gevonden, later op de dag vonden we nog een heel mooi familiegroepje (man, vrouw en jong) dichtbij. Briljant!





Tussen de onnoemelijk grote groepen ganzen, die niet allemaal even goed te checken waren (mede omdat het niet lekker was om lang stil te staan) zagen we in ieder geval een adulte Zwarte rotgans. Verder troffen we o.a. Kramsvogels, Raven, Noordse kauwen en vele soorten eenden en steltlopers, waaronder een mooi groepje IJslandse grutto's dichtbij. Ook de talrijke Hazen konden op liefde en aandacht van de Engelsen rekenen!







Op de terugweg hebben we lekker warm binnen op de boot gezeten, nog niet wetend dat we een uurtje later, gelukkig niet ver van het hotel, zouden stranden... De minibus sloeg ineens in de alarmstand na problemen met de dynamo. Ik kon van de ene op het andere moment geen kant meer op. Even schakelen (figuurlijk, helaas), dus. Met wat hulp van het thuisfront werden mijn gasten snel opgepikt en naar het hotel gebracht terwijl ik op de Wegenwacht wachtte. Met behulp van een ANWB-held werden de bus en ik naar de garage geƫscorteerd. Duidelijk was dat er voor de laatste dag alternatief vervoer geregeld moest worden. Gelukkig lukte dat, met hulp van een regionaal verhuurbedrijf, vrij makkelijk, dus het ongemak voor de groep bleef zo beperkt. Ongelofelijk vervelend (en kostbaar!) is het wel, maar dit gebeurt nu eenmaal heel af en toe wanneer je veel kilometers maakt en de (doorgaans zeer betrouwbare) minibus een rijdende werkplek is. Ik was 'blij' dat het in ieder geval nu en dichtbij gebeurde en niet de dag erna op weg naar Schiphol...
Dag 5: Afsluitdijk en Kop van Noord-Holland
Toen we het uiterste noorden hadden verlaten, werd het meteen merkbaar zachter. Comfortabel was het nog niet, maar de wind was een stuk minder krachtig dan de dagen ervoor, wat voor het gevoel een slok op een borrel scheelt. Het Hegewiersterfjild zat stampvol vogels, maar vooral algemene soorten. Maar ook die kunnen indrukwekkend zijn als ze met veel zijn! In de massa's van vooral Smienten en Slobeenden zaten ook bijna alle andere algemene eendensoorten (waaronder de persoonlijk favoriete Pijlstaarten), maar ook veel Dodaarzen, twee Toppers en een Pontische meeuw. Rondom Kornwerderzand zagen we nog meer Toppers. Op de ijsrand van de grotendeels dichtgevroren Makkumer Noordwaard zaten Smienten in aantallen die ik nog niet vaker heb gezien: vele, vele duizenden! Ook Wulpen waren in groten getale aanwezig en Kleine zwanen en Drieteenstrandlopers konden worden toegevoegd aan de triplijst.




Na de lunch in de haven van Den Oever hadden we nog een uurtje om de polders op Wieringen af te struinen. Een enorme groep Rotganzen nam een flink deel van die tijd in beslag. Bij het uitstappen hoorde ik al snel een Roodhalsgans roepen, maar door het reliƫf in het landschap het duurde even voor we de vogel ook in beeld kregen. Even later maakten we het trio rotganzen compleet met een adulte Zwarte rotgans en een eveneens adulte Witbuikrotgans. Overigens blijkt de herkenning van deze twee (onder)soorten toch steeds vrij lastig voor het ongeoefende oog, zeker wanneer ze in een grote groep rondlopen en ze dus niet altijd even goed zichtbaar zijn. Dit is echt een kwestie van 'oefening baart kunst'.




Dit was de laatste locatie van de trip. Een dik uur later stonden we voor de vertrekhal van Schiphol en kwam er een einde aan een avontuur dat de nodige hindernissen en beperkingen had gekend. Vogeltechnisch had het echt wel beter had gekund als de omstandigheden niet zo uitzonderlijk waren geweest, maar tegelijk kijk ik terug op een gezellige reis. De stemming was en bleef opperbest en de groep was flexibel en begripvol. Het was duidelijk dat welzijn (lees: warmte) soms geprefereerd werd boven de kans op extra soorten, wat echt heel logisch was.
Volgend jaar verder en voor nu veel dank aan mijn gasten voor het doorzettingsvermogen en het optimisme!




Opmerkingen