VOGELWEEKEND GRONINGER HOOGTEPUNTEN: Er gaat écht niets boven...!

Afgelopen weekend vond dan toch eindelijk het weekend Groninger Hoogtepunten plaats. Aan de voorpret van sommige deelnemers zou het bij voorbaat al niet liggen. Sommigen hadden meteen na de editie van 2019 hun plekje reeds veilig gesteld (op zich verstandig), maar door een onvoorzien detail kon het feest in 2020 niet doorgaan. Nu was de situatie dermate verbeterd dat, met enige aanpassingen, we een nieuwe versie aan de inmiddels mooie serie konden toevoegen.

Het weer was alvast een meevaller. Dat wil zeggen: de voorspellingen beloofden ons veel zon en hoge temperaturen, maar dat kwam niet helemaal uit. De wind bleef uit de noordhoek waaien, wat resulteerde in flink wat bewolking op vooral een groot deel van de zaterdag en temperaturen die (volgens de thermometer van de minibus) het hele weekend niet boven de 15 graden uitkwamen. Laten we zeggen dat de weergoden het goed met ons voor hadden en de overgang van de afgelopen twee maanden naar nu soepeltjes en geleidelijk wilden laten verlopen. En de gloeihoofden waren er aan het eind van het weekend echter niet minder om ;-).

We begonnen het weekend met een tochtje naar Oldambt voor de eerste en misschien wel meest bekende Groninger specialiteit: De Grauwe kiekendieven. Het Groningse platteland ziet er in deze tijd prachtig uit, met z'n wuivende graanakkers, knalgele koolzaadzeeën en statige boerderijen omgeven door frisgroene boomsingels. Alleen de tocht naar deze "uithoek" is voor veel deelnemers een indrukwekkend ritje door een onbekende en weidse wereld. Het kostte even wat moeite, maar uiteindelijk vonden we meerdere Grauwe kiekendieven, deze sierlijke ambassadeurs van het Kenniscentrum Akkervogels. De aanblik van deze prachtvogels in de Nederlandse broedgebieden is al een feest op zich, maar het was extra leuk dat de soort voor enkele deelnemers helemaal nieuw was!

Man Grauwe kiekendief voor een "opknappertje" ;-)
Vrouw Grauwe kiekendief

De rondrit door de polders leverde ook, naast bizarre aantallen Gele kwikstaarten, flink wat Bruine- alsmede een man Blauwe kiekendief op. Deze laatste soort is in de winter natuurlijk vrij algemeen, maar als broedvogel tegenwoordig niets minder dan zeldzaam.

"Bewijsplaatje" van de Blauwe kiekendief
Ringmus; tegenwoordig haast ook een noemenswaardige soort.

De middag werd besteed in wat dit voorjaar met recht hét vogelgebied van Groningen genoemd mag worden: het Zuidlaardermeergebied. Het succes lijkt hier maar niet op te houden, want naast de inmiddels haast gebruikelijke kolonie Witwangsterns (vergeet niet dat dit de enige kolonie in Nederland en zelfs Noordwest-Europa is; met recht een Groninger specialiteit, dus!) en bijna 2/3 van alle in Nederland broedende Geoorde futen, zitten er momenteel ook enkele zeldzame Witvleugelsterns tussen de indrukwekkende hoeveelheden Zwarte sterns. Het lijkt erop alsof ook zij een broedpoging gaan wagen, gezien het baltsgedrag en de paarvorming, maar of er al een nest is, is nog niet helemaal duidelijk. We wachten het af en genieten intussen van de aanwezigheid van deze waanzinnig mooie moerassterns. Als ze gaan broeden, zullen ook zij dat gaan doen op natuurlijke nesten (net als zo'n 25-30 paar omringende Zwarte sterns), iets wat op zich ook al uniek is in Nederland en wat we te danken hebben aan het heel natte voorjaar. "Elk nadeel hep z'n voordeel!"

Witvleugelstern verklaart z'n naam.
Witvleugelstern
Witvleugelstern
Witwangstern; ook schitterend!
We zouden het bijna vergeten, maar ook Steltkluten broeden tussen de sterns!
Sommige Geoorde futen zaten nog te broeden, andere hadden al flink grote jongen.
Geoorde fuut
Devil's eye ;-)

We bezochten de twee beste locaties van het gebied en zagen naast alle bovengenoemde specialiteiten ook nog vele weide- en akkervogels (de aantallen zijn hier nog "ouderwets"), maar ook een overvliegende Wespendief, Blauwborsten, Zomertaling en baltsende Watersnippen.

Na het avondeten stond er nog een wandeling in de Onlanden op het programma, waarbij we hoopten op enkele typische nachtvogels/specialiteiten. Echter, door het koude voorjaar met weinig goede aanvoer wat het stil qua rallen, de soorten waar we het meest op hoopten. Wel hoorden we zeer veel Blauwborsten en Bosrietzangers, meerdere Snorren en Sprinkhaanzangers, twee Roerdompen en enkele Waterrallen, maar daar moesten we het, naast nog een mooie Ransuil, mee doen.

Dag twee stond in het teken van het Lauwersmeer. Het was zowaar zonnig, wat in deze tijd van het jaar dan wel weer tot gevolg heeft dat warmtetrilling het vogelen op wat grotere afstand moeilijk maakt. We zochten dus locaties en soorten uit die wél goed te doen waren en dat betaalde zich uit in o.a. zichtwaarnemingen van rondvliegende Wielewalen (ze zongen soms van recht boven ons, maar het bleef lastig ze in zit in de kijker te krijgen), maar ook Baardmannen, Buidelmezen, Grauwe klauwieren en drie schitterende Zeearenden van verschillende leeftijden.

Een Zeearend in een boom redelijk dichtbij; dat is toch wel een buitenkans!
En een/de Zeearend die wegvloog maar een minuut later weer recht boven ons komt cirkelen mag ook een buitenkans heten!
Een tweede vogel bleef iets verder weg, een volwassen exemplaar verdween van vrij dichtbij tussen de bomen.
Man Grauwe klauwier
Buidelmees; liet zich leuk, poetsend bekijken.
Altijd een gewaardeerde soort tijdens excursies: Baardman.