LAATSTE HONDERD SOORTENDAG: ONGETWIJFELD EN ZONDER TWIJFEL VOOR HERHALING VATBAAR!

Twijfel. Je kunt er je leven lang zoet mee zijn, maar daarmee vertelt deze psycholoog van de koude grond waarschijnlijk niemand iets nieuws. Wat zou het toch heerlijk zijn om een leven te kunnen leiden zonder twijfel, simpelweg vol overtuiging te kiezen voor optie A dan wel B, zonder tussenvarianten AB of BA, laat staan C te overwegen. Ik zou er een lieve duit, letterlijk maar toch vooral figuurlijk, voor over hebben.

Twijfel komt er in alle soorten en maten en omdat ik aanneem dat u dit blog voor uw plezier leest, waarschijnlijk gewoon wilt weten welke vogels we hebben gezien dus zeer waarschijnlijk niet zit te wachten op zware kost, neem ik u heel even kort mee in mijn twijfels uit de lichtste categorie.

Het was namelijk zo dat na drie mooie en succesvolle Honderd soortendagen deze maand er nog een vierde editie op de rol stond. Deze was een buitenbeentje in de zin dat de datum verder verwijderd lag van de eerste drie dagen. Zoiets houdt een risico in, omdat een groot deel van de zomervogels inmiddels verdwenen is en nog lang niet alle wintergasten terug zijn. Het idee was dat een datum van 30 september doorgaans wel wat leuke, schaarse najaarsdoortrekkers of zeldzaamheden oplevert en dat we de route daarop zouden kunnen aanpassen. Maar wat wil dit najaar het geval: de trek wil maar niet lekker op gang komen. Er lijkt vreselijk weinig beweging te zijn in met name zangvogels. Één soort illustreert deze "armoede" zeer duidelijk: Bladkoning. In voorgaande jaren zat Nederland, en vooral de kuststreek en de eilanden, inmiddels "vol" met deze fijn Siberische doortrekker. Een dag vogelen op bijvoorbeeld Texel of Vlieland leverde soms 10+ waarnemingen per vogelaar op. Dit jaar gaat het, ondanks een even groot zoekpotentieel aan vogelaars, tot nu toe slechts om enkele exemplaren totaal in Nederland en staat de teller bij velen van de meest fanatieke zoekers nog op 0 vogels. Zeer bizar en uitzonderlijk en daarnaast best jammer ook. Ook andere najaarssoorten komen niet of in veel lagere aantallen dan gebruikelijk langs, waardoor het tot nu toe over het algemeen een uitgesproken mak najaar is.

Daarmee sloeg bij mij natuurlijk de twijfel toe. Een zo goed als afwezige (zichtbare) najaarstrek, niet al te florissante weersverwachtingen plus het feit dat we begin september bij prachtig weer pas in het laatste uur over de honderd gingen (op het tijdstip waarop we destijds de honderd aantikten is nu de zon reeds onder....): Dit zou wel eens een anticlimax van een verder prachtige najaarsreeks Honderd soortendagen kunnen worden. En aangezien we natuurlijk wel gaan: welke route is gegeven de omstandigheden in hemelsnaam het meest kansrijk...?

Maar zoals zo vaak bij twijfel bleek het ook ditmaal even nutteloos als onnodig en eigenlijk was dat al na vijf minuten duidelijk. Er gebeurde namelijk iets vrij wonderlijks: Soort nummer drie van de dag, en we zagen 'm al op de parkeerplaats voor we vertrokken waren, was... EKSTER! Wie niet weet wat hier de grap van is, verwijs ik graag even naar eerdere blogs ;-). Daarnaast reden we weg onder een stralend blauwe hemel. Een zon en een Ekster: Wat kon er nog mis gaan!?

De eerste twee stops lagen in het Drents-Friese Wold voor een portie bos- en heidesoorten. We schoten hier flink uit de startblokken, met naast relatief veel ook een aantal leuke soorten. Ik was zelf flink te spreken over twee Kleine bonte spechten (blijft toch één van de lastigere Nederlandse broedvogels om tijdens excursies te laten zien), maar verder konden we o.a. Groene specht (rondvliegend), Boomleeuwerik, Vuurgoudhaan, Raven, opvallend veel Kruisbekken, nog meer Grote lijsters, late Boompiepers, eerste Kepen, Sijsjes, Appelvink, Zwarte mees en Toendrarietganzen noteren.

Kleine bonte specht. Een tweede exemplaar riep tegelijk vanuit het bos, maar kregen we niet in beeld.

Een gemixte groep Toendrarietganzen en Aalscholvers

Het was heerlijk en prachtig in het bos!

In het Fochteloërveen was het even zoeken, maar uiteindelijk vond deelnemer Hermen drie Kraanvogels op een akker. Een Honderd soortendag zonder deze soort in natuurlijk ondenkbaar. Verder leverde het gebied, buiten de eerste Bruine kiekendieven, Dodaars en een Sperwer, niet gek veel meer op. Het leek dus verstandig om ook niet te lang te blijven hangen en ik besloot ook het Zuidlaardermeer tijdens deze editie links te laten liggen. Een inschatting van de soorten die daar wel en in Lauwersmeer niet tot de mogelijkheden zouden behoren afgezet tegen de tijd die een bezoek zou kosten viel voor het gebied niet gunstig uit, dus gokten we op weg van Fochteloërveen naar Lauwersmeer op twee locaties voor uilen. En ondanks dat we natuurlijk niet weten wat het Zuidlaardermeer ons zou hebben gebracht, pakte deze plannen in ieder geval uit zoals we hadden gehoopt. We zagen zowel Bos- als Ransuil, hoewel die laatste wel heel erg verscholen zat, waarschijnlijk vanwege de inmiddels pittige wind. De zon scheen echter nog steeds, dus we klaagden nog zeker niet!

Bosuil

Met de teller al aardig richting de 70 kwamen we halverwege de middag in het Lauwersmeergebied aan. Inmiddels was de zon wel achter wat bewolking verdwenen en was de wind een factor om serieus rekening mee te houden, maar we probeerden zo stoïcijns mogelijk door te gaan en werden daarbij geholpen door een enorme meevaller. Op een akker nabij de kazerne zaten erorm veel Brand-, Grauwe-, Kol- en Toendrarietganzen waartussen mijn oog bij toeval viel op een... ROODHALSGANS! Mensen die vaker blogs lezen weten hoe blij ik van deze soort word. Hoewel het feitelijk nog maar vier maanden geleden is dat we de laatste van afgelopen winter hebben uitgezwaaid, was ik intens gelukkig er nu alweer één in de kijker te krijgen (en dat gold uiteraard ook voor de deelnemers, naar ik aanneem ;-)). Voor alle duidelijkheid: Ganzen in het algemeen mogen dan niet per se de meest populaire vogels zijn, maar Roodhalsganzen zijn buitencategorie. Punt uit!

Roodhalsgans. Dat er deze winter maar weer vele mogen volgen!

Dit was natuurlijk een fijne bonussoort en een schitterende aftrap van het Lauwersmeer en de teller schoot bij de blik op het Jaap Deensgat vervolgens ook meteen flink omhoog. Een verandering van habitat betekent altijd een impuls voor de soortenlijst, die in geval aangevuld werd met o.a. Reuzenstern, Casarca, Kemphaan, Slechtvalk en bijna alle eenden die realistisch gezien mogelijk waren. Daarnaast zaten er op de erg natte weilanden rondom de hut gigantisch veel watersnippen. We zagen er vele tientallen, wat betekent dat er vast honderden hebben gezeten ;-).

Één van de vele Watersnippen

In de haven van Lauwersoog kwam met toevoeging van o.a. Visdief, Steenloper, Eider en Oeverpieper de honderd inmiddels akelig dichtbij. We namen hier ook even de tijd voor de meeuwen, wat o.a. een mooie eerstejaars Pontische meeuw opleverde!

Parmantige Pontische meeuw!

Er zit geen ring om deze zilvermeeuw, maar met zo'n woeste kop, nek en donkergrijze mantel durf ik wel te zeggen dat zijn nest in Rusland heeft gelegen!

Tweedejaars Grote mantelmeeuw. Het is de grootste meeuwensoort ter wereld en dat is wel duidelijk als je zo'n bakbeest tussen de rest ziet staan!

Erg kleine Kleine mantelmeeuw met wel erg gekartelde tertials

We besloten, ondanks de harde wind en de regen die dreigde, om voor de nodige zoutwatersteltlopers te gokken op een korte wandeling bij Moddergat. Dat pakte wonderwel uit, want op een klein stukje slik stonden Rosse grutto, Zilverplevier, Tureluur, Bontbekplevier, Rotgans en Kanoet op ons te wachten en toen we vanaf de dijk ook nog een Groenpootruiter zagen in een plasje, was het 18.00 en stond de teller op 100! Dat was dik 1,5 uur eerder dan bij alle voorgaande edities en de Ezumakeeg "moest" nog! Op weg terug naar de bus vonden we in Moddergat bij toeval overigens nog een prachtige Ransuil, die vanuit een winderige berk op ons neer keek!

Ransuil

De "Keeg" wordt naarmate het najaar vordert langzaam wat minder interessant en ondanks dat er nog best veel vogels zaten, stokte de aanvoer van nieuwe dagsoorten toch wel. Dat had ook te maken met het weer, dat nu toch wel echt onprettig werd en het licht dat daardoor ook snel minder werd. We hengelden nog Kleine strandloper, een mooie, onvolwassen Havik, Kluut en als laatste soort Grutto binnen. Er liepen nog enkele, waaronder een juveniele IJslandse met een merkwaardige vergroeiing aan de snavelpunt.

IJslandse grutto met een vergroeide snavelpunt.

We eindigden rond half zeven met uiteindelijk 104 soorten op de teller. Dat viel totaal niet tegen, zeker niet wanneer je de staat van dit najaar in gedachten neemt. Er bestaat dan ook geen twijfel dat we deze excursie volgend najaar weer op de agenda plaatsen; er is niets leukers dan een dagje ontspannen fanatiek doen en zelfs in een benedengemiddeld najaar is het reservoir aan soorten dat het noorden van Nederland te bieden heeft nog steeds indrukwekkend en ongeëvenaard! Zonder te haasten kun je in één dag van bos naar hoogveen naar zoetwatermoeras naar Waddenkust; kom daar maar eens om!

Wat ter afsluiting misschien wel geinig is, zijn de missers van de dag. Welnu, op de gedeelde eerste plaats staan Winterkoning en Waterhoen! Het kan echt en vrij makkelijk, een dag lang om die twee soorten heen vogelen! Ook noemenswaardige afwezigen waren o.a. Rietgors, Zwartkop, Tapuit, Heggenmus, Groenling, Zeearend (ja, die mag ook op de lijst van "missers" tegenwoordig, zeker gezien de gebieden waar we waren) en Tafeleend. Oftewel: er zit nog best rek in, zeker als we ook nog een "normale" najaarsdag hadden getroffen.

Afijn, tot volgend jaar, dus, maar we hebben natuurlijk eerst ook nog de nog soortenrijkere VOORJAARSEDITIES!

168 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven