KLOKJE ROND IN DRENTHE: VOLGENS HET BOEKJE!
- 2 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
MINIBUSEXCURSIE, WOENSDAG 24 JUNI 2026
Het was een heerlijke dag, gisteren in Drenthe. Ja, het was ook hier warm, maar daarover klagen is inmiddels een nationale sport geworden waaraan we niet meedoen ;-). Qua vogels, vlinders en libellen heeft de uiteindelijke 'oogst' er zeer waarschijnlijk niet onder geleden, want het was gewoon hartstikke goed!
Natuurlijk pasten we ons wel aan. Het tempo ging flink omlaag, we zochten waar mogelijk de schaduw op, dronken veel en namen af en toe wat rust tussendoor. Met name op het Dwingelderveld was dat nodig, maar de extra zweetdruppels die er onvermijdelijk wel loskwamen, leverden ook mooie waarnemingen op. Rondvliegende wielewalen (even achter een Havik aan!), een Wespendief die voor het vergelijk samen met een Buizerd rondvloog, meerdere Grauwe klauwieren, Bonte- en Grauwe vliegenvanger, Geelgorzen, Heideblauwtjes en als klapper twee Draaihalzen, waarvan er een (de laatste) ineens in een berkje naast het wandelpad zat en zich daar geweldig liet zien. Het was, gezien de snavelinhoud, duidelijk dat de vogel onderweg naar jongen was, dus nadat we even en allen van de vogel hadden genoten, lieten we 'm snel met rust.




Na dit onderdeel was het tijd voor de twee zeldzame rombouten die Drenthe rijk is. Plas- en Beekrombout zijn beide zeer plaatselijk te vinden, maar zijn dat wel op relatief korte afstand van elkaar. De rit erheen kostte even tijd, maar toen we eenmaal op de plaats van bestemming aan waren gekomen, hadden we beide soorten snel en mooi te pakken!





Omdat alle doelsoorten zo leuk meewerkten, probeerde we hoever we ons geluk nog konden oprekken door in de volle zon een poging te wagen de Orpheusspotvogel te vinden. En net als kort geleden, bleek dat een eitje: ook nu zat de vogel al meteen bij aankomst bovenin z'n favoriete eikje op ons te wachten. Wel bleek dat zelfs van oorsprong Mediterrane soorten het wel een tikje te warm vonden: de vogel zat voortdurend met de bek wijd open ter ventilatie/afkoeling.




Na een break van patat en koud drinken, gingen we in de avond, bij zacht licht en aangenamere temperaturen, het Fochteloërveen op. Ook daar ging het volgens het boekje. De soorten waar we voor gingen, lieten zich bijna alle makkelijk vinden en goed zien. Dat gold eerst voor de overzomerende Toendrarietganzen en Kleine rietgans, vervolgens voor een Boomkikker (slechts een, dus, maar dat is genoeg) en daarna voor het zeldzame Veenhooibeestje, alsmede Paapje, Kraanvogel, Grauwe klauwier, Geoorde fuut, Noordse witsnuitlibel, baltsende Watersnip, Sprinkhaanzanger en Kwartel. De laatste twee hoorden we overigens alleen. Opvallend waren de vele Witgatjes: laten doortrekkers of vroege terugkeerders, is dan de vraag...






De traditionele afsluiter was het bezoek aan de Nachtzwaluwen. Een zwoele avond is altijd goed voor de activiteit en ook vanavond begonnen de vogels redelijk vroeg te zingen en te vliegen. Helaas misten we fototechnisch de eerste vogel die, bij veel licht, al in actie kwam en bleef het toch weer bij magere bewijsjes. Maar dat mag de pret niet drukken: de soort blijft een feest om mee te maken. Een roepend langsvliegende Houtsnip maakte het plaatje compleet!

Voor we het wisten was het klokje weer rond geweest en kwam er een einde aan de laatste editie van 2026 van deze prachtexcursie door een prachtprovincie!




Opmerkingen