DRIE DAGEN IN NOORD-NEDERLAND: WIND, BUIEN EN ZON OP ÉN IN HET HOOFD!

MINIBUSEXCURSIES, 16, 17 en 18 SEPTEMBER 2022


De titel doet misschien vermoeden dat er een mix van een filosofisch-, psychologisch en meteorologisch epistel volgt. Laat me je gerust stellen: het zal mee vallen. Ik kan me namelijk levendig voorstellen dat je daar op een maandag nou niet bepaald op zit te wachten. Toch wil ik beginnen met een kleine terugblik op het gevoel achter de dagen, alvorens met de objectieve verslaglegging door te gaan.

Ik (Martijn) zit nu bij te komen van drie dagen intensief vogelen in het noorden des lands en ik moet zeggen: een beetje een rollercoaster was het wel! Het zijn van vogelgids kan misschien klinken als zo'n beetje de meest ontspannen baan ter wereld en eerlijk is eerlijk: meestal is dat het ook. Toch voel ik als bedenker en eindverantwoordelijke voor de excursies toch altijd wel een vorm van druk. Op zich is dat natuurlijk prima en het zou raar zijn wanneer dat gevoel totaal afwezig zou zijn. Druk komt voornamelijk voort uit het verlangen om dingen zo goed mogelijk te doen en als dat je streven niet is en je een zesje ook voldoende vindt, is het voor iedereen beter dat je iets anders gaat doen.

Wel van belang is om een onderscheid te maken in de zaken waar je zelf wel of geen invloed op hebt. Organisatie, communicatie, logistiek, route, planning: dit zijn allemaal dingen die je in principe naar je hand kunt zetten en waar je vrij objectief van kunt zeggen dat je die goed of minder goed beheerst. Dit zijn tevens de aspecten waarop je door de buitenwereld voornamelijk zult worden beoordeeld en waarop je wat mij betreft ook op beoordeeld mag worden.

Maar wanneer je excursies organiseert in de buitenlucht, dan komt er altijd ook een fikse portie onzekerheid bij kijkenen ben je afhankelijk van een aantal variabelen waarop je simpelweg niet of nauwelijks grip hebt. Neem het weer, neem de aanwezigheid van soorten op de plekken waar je ze verwacht, neem het geluk van het vinden van een schaarse of zeldzame soort. De natuur is geen wiskundige wetmatigheid, dat weet iedereen en ik misschien wel als geen ander.

Maar toch, toch... Toch kan ik het soms maar lastig accepteren wanneer er dagen bij zitten waarop het onverhoopt even wat minder gaat dan je verwacht en vooral hoopt. Gelukkig komt het niet zo vaak voor, maar heel af en toe gebeurt het dat de doelsoorten het gewoon laten afweten, dat je de vogels niet zo kunt laten zien als je zou willen of dat de theorie en de analyse van de omstandigheden veelbelovend zijn maar de realiteit en de uiteindelijke opbrengst daar niet mee corresponderen. Ondanks dat ik de clichés/open deuren/waarheden "de natuur is niet te sturen" en "als je garanties wilt, moet je naar een dierentuin" echt wel hoor en natuurlijk helemaal begrijp, merk ik toch steeds weer dat ik er maar matig mee om kan gaan. Ondanks dat ik me ten volste realiseer dat weer en de aanwezigheid van bepaalde soorten buiten mijn "cirkel van invloed" liggen, zou ik soms de vogels wel uit de bomen schudden, uit de zee willen trekken of zelf in de lucht willen kunnen gooien. Het accepten van de situatie en de omstandigheden zoals ze soms nu eenmaal zijn: het blijft een leer/ontwikkelpuntje ;-).


De afgelopen drie dagen waren turbulent te noemen in alle betekenissen van het woord. Qua soorten, qua intensiteit, qua weer en qua beleving, o.a. in combinatie met bovenstaand relaas. Het weer was wat dat betreft een mooie metafoor voor alles wat deze drie dagen bracht!

Op het programma stond namelijk een Honderd soortendag op vrijdag, een Lauwersmeerexcursie op zaterdag en een zeevogeltocht op zondag.

Je zult begrijpen dat er al vrij vlot door de schipper van de Dageraad besloten werd dat er door de zondag een streep ging. De harde noordwester in combinatie met de enorme golfslag maakte uitvaren onmogelijk en dat zorgde ervoor dat ik reeds donderdag druk in de weer was met de annulering, maar ook met het regelen van een alternatief programma. Dat laatste doen we niet altijd, maar ik dit geval waren er twee redenen om dat wel te doen. Ten eerste waren er mensen die een heel weekend hadden geboekt (dus de combinatie van zeevogeltocht en Lauwersmeer) en voor hen zou er sowieso een vervangende dag worden georganiseerd. Maar de voornaamste reden was dat noordwesten wind voor vogelaars gelijk staat aan: ZEEVOGELS! En omdat goede zeevogelomstandigheden zeldzaam zijn, besloot ik om, voor mensen die dat zouden willen, een excursie naar Ameland te regelen om daar vanaf een paviljoen naar passerende zeevogels te speuren. Dit zou dé kans zijn om eens een leuke lijst zeevogels bij elkaar te vogelen; alle lichten stonden op groen voor goede aankomst van vogels die normaal ver op zee vertoeven en die je derhalve niet vaak in Nederland zult zien.


Laten we beginnen met de Honderd soortendag van vrijdag. Het recept en de route zijn inmiddels beproefd en succesvol gebleken, maar ook blijkt steeds weer dat de ene dag de andere niet is. Deze dag verliep, in tegenstelling tot de eerste twee edities, simpelweg wat stroever en moeizamer. De oorzaak? Natuurlijk, 's middags trok de wind flink aan en kregen we ook een paar flinke buien om de oren, maar dat hoeft echt niet meteen een weerslag te hebben en kan zelfs ook best goed uitpakken. Turbulent weer is wat onprettiger voor ons, maar kan soms ook verrassende soorten en aantallen opleveren. Maar deze dag pakte het dus anders uit en ook de nog droge en relatief rustige ochtend in het bos en het veen bracht niet helemaal dat wat we ervan hoopten. Qua aantallen soorten viel het nog best mee, maar de kwaliteit was aan de magere kant. De meeste soorten lieten zich slecht zien en vaak zelfs alleen horen en van louter auditieve waarnemingen word je doorgaans toch iets minder blij dan van vogels op zicht.

Lang verhaal kort: uiteindelijk "strandden" we op 102 soorten. Daarmee was strikt gezien het doel gehaald, maar voelde het een beetje als een hang en wurgdag die nooit echt op gang kwam. Het overgrote deel van de waargenomen soorten waren de relatief algemene vogels, de soorttechnische hoogtepuntjes waren op de vingers van een hand te tellen. De zeldzaamste was de door deelnemer Matthew ontdekte Rosse franjepoot, die we in de striemende wind aantroffen op dezelfde vierkante meter als waar we vorige week nog een Grauwe zagen!

De afstand en wind maakten een plaatje een uitdaging, maar naast ontdekken kan Matthew ook een lens stilhouden ;-)

Andere noemenswaardigheden waren o.a. Dwergstern, Zeearend, Raaf, Boomvalk, Paarse strandloper, Vuurgoudhaan, Reuzensterns, Kuifmees, Zwarte specht, Krombek- en Kleine strandlopers. Ach, als je het zo op een rijtje zet: toch best aardig ;-).

Angry bird Vuurgoudhaan (Matthew Sprangers)

Juveniele Zeearend (Matthew Sprangers)

Grote bonte specht met dennenappel (Matthew Sprangers)

Raaf

Na een dag die dus niet helemaal verliep zoals in ieder geval ik zelf die voor ogen had, ging ik zaterdag vol goede moed en met wederom een volgeboekte, maar door ziekte helaas niet helemaal complete groep op pad richting Lauwersmeer. Windkracht zes en regelmatig een bui: dat zou zo maar een "fatale" combinatie kunnen zijn, maar het bleek een zegen. Het werd namelijk een dag met fenomenale vogels, een dag die bijna iedereen nieuwe soorten opleverde en een dag die ook mij een grote glimlach op het gezicht bracht!

De wind kwam uit noordwest en dat is, zoals de wat doorgewinterde vogelaars weten, een richting die zeevogels naar land blaast en die dus maakt dat je plannen voor een dag buiten in ieder geval wat zeecomponenten moeten bevatten.

Gelukkig zijn onze excursies nooit in lood gegoten en kijken we altijd op de dag zelf welke route het meest kansrijk is, dus de zee had ik alvast een prominente plek in de dag toebedeeld. Daarbij had ik de deelnemers beloofd dat wanneer we één van mijn drie favoriete zeevogels (Kleinste jager, Vorkstaartmeeuw of Vaal stromvogeltje) in de kijker zouden weten te krijgen, ik bij terugkomst in het hotel (het merendeel was er voor het hele weekend) een rondje zou geven.

Met die belofte in het achterhoofd begonnen we in het Jaap Deensgat en daar was het meteen prijsschieten met leuke soorten, vaak ook mooi dichtbij. Tapuiten, Zwarte ruiter, Zeearenden, Kleine strandlopers, Zilverplevier, Reuzenstern en Smelleken (!) verschenen allemaal in de eerste twintig minuten kwartier, maar de grote verrassing kwam vlak voor we weg wilden rijden. Ik weet even niet meer wie de vogel als eerste opmerkte (ik was het niet, in ieder geval), maar op de vraag wat daar aan kwam had ik wel vlot het antwoord: een donkere KLEINSTE JAGER flapte laag over het gras en door het Jaap Deensgat rustig noordwaarts. Ongelofelijk! Nog amper op weg of ik kon alvast uitkijken naar een prijzig avondje, maar dat had ik er maar wat graag voor over! Dit betekende een nieuwe soort voor de meesten en voor anderen in ieder geval een nieuwe jaarsoort.

Kleinste jager door het Jaap Deensgat!

Zwarte ruiter

Juveniele Zilverplevier

Na deze kickstart togen we vol goede moed naar de haven, maar daar blek de trek boven de Waddenzee nog niet wat we ervan hoopten. Het was ook nog laag water, wat vaak niet helpt, dus we besloten na een half uur te vertrekken en het later op de dag nog eens te proberen. Wel reden we nog even naar de pier, alwaar een grote groep Visdieven rustte. Het duurde echter niet lang totdat een vogelaar vanuit een auto schreeuwde dat er zojuist een franjepoot was geland. Het bleek een Rosse franjepoot te zijn (ook echt een noordwest-najaarssoort), die zich een paar minuten werkelijk fantastisch liet zien! Wat een ochtend!

Juveniele Rosse franjepoot

Nogmaals

Na de koffie en sanitaire stop reden we via de Bantpolder richting Paessens. Grote groepen Goudplevieren in mooi zonlicht hielden ons een tijdje in de greep en ook de grote groep ringmussen (ongeveer 80 vogels!) is hier tegenwoordig toch echt noemenswaardig!

Enkele Goudplevieren; er vlogen er duizenden!

Op de dijk bij Paessens was het vooral winderig en daardoor vogelen met hindernissen, maar naast flink wat steltlopers zegen we hier uiteindelijk ook een Kleine jager dobberen. Dat was een teken dat er wellicht meer te beleven zou zijn, dus reden we rustig richting een andere, misschien wel betere, locatie om de Waddenzee af te speuren op zoek naar zeevogels: de pier van Holwerd.

En dat bleek een schot in de spreekwoordelijke roos. We zaten letterlijk nog geen minuut (de plaspauze daar had werkelijk niet veel langer moeten duren!) toen er een prachtige, juveniele VORKSTAARTMEEUW mijn telescoop in vloog. De vogel vloog net te ver weg voor plaatjes, maar iedereen kon 'm prachtig zien en volgen. Ook dit is een echte noordwesterstormsoort (drie keer woordwaarde), die ook nog eens van enorm ver weg is gekomen. Daarnaast is 'ie nog eens fenomenaal mooi ook, maar dat zou je op basis van onderstaande bewijsprut niet zeggen. Soms kun je misschien beter geen foto maken ;-)

Vorkstaartmeeuw. Dat de vogel een bui in vloog, kwam ook de kwaliteit van de foto niet ten goede...

Maar de koek was nog niet op. Vlak na deze vogel passeerden achtereenvolgens een Witbuikrotgans in een groep Rotganzen, een adulte Roodkeelduiker en twee jagers. Aanvankelijk werden ze door de meeste aanwezigen (we waren hier niet alleen) gedetermineerd als Kleine, maar ik had al meteen mijn twijfels en begon dus maar zo goed en zo kwaad als het ging zo veel mogelijk foto's te maken. En ik kan eigenlijk weinig anders dan concluderen wat ik ook in het veld dacht: volgens mij zijn dit beide Kleinste jagers!

De ene rij is steeds vogel 1, de tweede vogel 2. Zie o.a. het slanke postuur, weinig wit aan buitenste handpennen, lange staarten, koude grondkleur, hangbuikjes, en gestreepte stuiten en onderstaartdekveren: wat mij betreft twee 1KJ Kleinste jagers, maar andere (onderbouwde) meningen zijn uiteraard welkom ;-)

Zomerkleed Roodkeelduiker (vier keer dezelfde vogel, voor de duidelijkheid)

Maar de grootste heerlijkheid kwam aan het eind van het wel zeer goed geplande en efficiënt benutte uurtje. Één van de andere vogelaars pikte ver rechts al vroeg een VAAL STORMVOGELTJE op en het duurde niet lang voordat ook wij 'm in beeld kregen. Fantastisch! Dit is wat mij betreft bijna de ultieme "Nederlandse" zeesoort en de reden waarom ik soms uren en uren sta te kleumen in weer en vooral in wind. Deze ging echter lekker makkelijk en hij kon nog gedeeld worden ook; perfect! ik was echter wel blij dat ik niet had beloofd een rondje te geven bij elke afzonderlijke soort ;-)

Vaal stormvogeltje; dappere, kleine strijdertjes boven de woeste zee!

Het is altijd enorm moeilijk om bij zee weg te gaan, zeker na deze prachtige soorten en wetend dat de wind nog wel een tijdje goed blijft staan. Maar een dagje rond Lauwersmeer is natuurlijk niet compleet zonder de Ezumakeeg, dus daar moesten we ook echt nog wel even heen. Het bleek nog de moeite ook, want dankzij de storm en de ondergelopen Waddenkust zaten er heel veel steltlopers. Het merendeel was Bonte strandloper, maar er zaten ook Krombekstrandlopers, Kleine strandlopers, Bontbekplevieren en de nodige Kemphanen. Vijf Reuzensterns zaten als pot goud aan het eind van de regenboog mooi te zijn.

Reuzensterns onder de regenboog

juveniele Krombekstrandloper

Kleine- en Bonte strandloper

Kemphaan en Krombekstrandlopers

Ergo: een heerlijke dag, waarbij we prima tussen de buien geslalomd hebben en we optimaal hebben geprofiteerd van de gegeven omstandigheden. Dat bood veel hoop voor de zondag, de dag waarop de "alternatieve zeetocht", de zeevogelexcursie naar Ameland op het programma stond. Om 9.30 gingen we met een groep van 15 vogelaars en tweede gids Bart-Jan de boot op en meteen was het alsof we toch op de Dageraad zaten. Eer vloog namelijk langdurig en zeer dichtbij een adulte Jan-van-Gent met ons mee. De vogel hing soms letterlijk op een meter of twee van de aanwezigen en profiteerde optimaal van de luwte van het schip!

Jan-van-Gent

De vogel hing vooral vlak boven ons!

Dit leek de voorbode van een prachtige dag, maar gezien de euforie en waarnemingen van gisteren en de voorspelde windrichting kan ik niet anders concluderen dan dat Ameland tegenviel. Oké, als je de lijst met soorten bekijkt, dan zou je nog kunnen denken dat het toch best aardig was, maar het probleem was vooral de afstand. Ondanks de harde aanlandige wind wisten de meeste vogels toch dermate ver van de kust te blijven dat het voor veel vogelaars lastig was de soorten op te pikken, voor ons lastig was de soorten aan te duiden en dat het gewoon allemaal net wat te ver was om echt leuk te zijn. Uitzonderingen daarop waren een Rosse franjepoot (kort aanwezig voor het paviljoen waarin we stonden), een Kleine jager (vlak langs) en een Alk (bijna over het strand). Daarnaast vlogen de zeven Grauwe pijlstormvogels met dermate hoge en kenmerkende bogen dat ook die nog wel op te pikken waren en vloog er één Noordse stormvogel enigszins dichtbij, maar de jagers (2 Grote, enkele Kleine en meerdere niet te determineren vogels), Zwarte zee-eenden, Roodkeelduikers, Dwergmeeuwen, twee andere Noordse stormvogels en de meeste sterns vlogen gewoon vervelend ver weg. Heel jammer en teleurstellend, zeker omdat ik weet hoe geweldig het hier kan zijn. Ik had het ontzettend graag willen laten zien, maar het zat er blijkbaar niet in vandaag.

Kleine jager

Alk