150 SOORTENWEEKEND: DANKZIJ HET WEER, VANWEGE HET WEER!
- 1 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
MINIBUSTWEEDAAGSE, VRIJDAG 22 EN ZATERDAG 23 MEI 2026
In aanvulling op de Honderd soortendagen organiseren we jaarlijks ook een tweedaagse. Net even iets rustiger, net even iets meer tijd voor de verschillende gebieden en net even iets meer soorten. Maar jaarlijks blijkt ook dat een efficiënte dag zich qua aantallen aardig kan meten met een wat 'langzamere' tweedaagse. En steeds weer blijkt ook dat, als de omstandigheden niet ideaal zijn, het best lastig kan zijn om de 150 te halen.
Van een temperatuur boven de 25 en strak blauwe luchten worden vogelaars meestal niet gelukkig. Wat er vliegt, vliegt hoog en is in de 'blauwe soep' nauwelijks te vinden (laat staan aan te wijzen!), de activiteit slaat vaak snel dood en de lichtomstandigheden zijn overdag belabberd. Veel beter kun je wat bewolking hebben, een buitje af en toe, een beetje wind en een graadje of 19. Maar aan de andere kant: hoe vaak heb ik afgelopen winter, toen de gevoelstemperatuur niet zelden onder de -10 duikelde, verlangd naar het moment dat we weer in een t-shirt buiten konden lopen en de wereld weer frisgroen zou kleuren. Dus vanwege het zomerweer ging het vogels kijken deze tweedaagse wat stroef, maar dankzij het zomerweer hebben we wel twee heerlijke dagen buiten beleefd.
Op vrijdag stond het bos, het veen en het zoetwatermoeras op het programma. In het Drents-Friese wold was de aftrap meteen goed voor een knaller in de vorm van een meermaals zingende Draaihals. Ik had de vogel enkele seconden mooi in beeld, maar toen de groep aansloot, vloog deze helaas het gebied in. We hoorden 'm nog vaker en later zelfs twee exemplaren tegelijk, maar in het weelderige loof konden we de vogels niet vinden. Andere leuke soorten die bijdroegen aan een geslaagde start waren o.a. zes overvliegende Kraanvogels (opgepikt als stipjes kwamen ze steeds dichterbij om uiteindelijk roepend boven ons hoofd te cirkelen), Bonte- en Grauwe vliegenvangers, Tapuit, Grote lijster, Raaf, Boom- en Veldleeuwerik, Geelgors en Grauwe klauwier.




Het Fochteloërveen leverde helaas net niet genoeg. Dat wil zeggen: we konden hier wel soorten als Fluiter, Zwarte specht, Goudvink, Glanskop, Havik, Sperwer, Blauwborst, Spotvogel, Boomvalk, Sprinkhaanzanger, Waterral, Dodaars en Kleine plevier bijschrijven, maar we misten een handvol algemene bossoorten. Het was simpelweg te warm, te laat, te stil.


Een meevaller volgde echter al snel. Bij een zandgat, waar je normaal gesproken aan voorbijrijdt, zag ik tussen de vele Grauwe ganzen een klein clubje dat mij de kijker deed optillen. Wat er toen in verscheen was even verrassend als bizar: twee Toendrarietganzen en een Kleine rietgans liepen eerst op de kant (waar ik kon vaststellen dat ze ongeringd waren) en werden kort daarna door werkverkeer de plas opgejaagd. Dat zijn toch niet bepaald gangbare soorten voor de tweede helft van mei. Sterker nog: ik zag geen van beide soorten eerder op een Honderd soortendag of een weekend! Verder waren de tientallen Oeverzwaluwen, de Holenduiven en een Oeverloper ook nieuw.



In het Zuidlaardermeergebied kreeg de daglijst weer even een fikse opdonder. Zwarte ibis, Witwangstern, Geoorde fuut, Zomertaling en Zwarte ruiter waren de hoogtepunten, maar ook wat gewone zoetwatersoorten zagen we voor het eerst.







Het werd langzaam tijd om de eerste dag af te sluiten, maar we wilden nog proberen om twee zeldzame zangvogels toe te voegen. De Iberische tjiftjaf van Kropswolde werkte buitengewoon goed mee en liet zich bij het uitstappen meteen horen, maar de Noordse nachtegaal liet ons in de steek en zong tijdens onze, relatief korte, aanwezigheid even niet. Zo eindigde de dag met 104 soorten, waartussen de Ekster trouwens nog ontbrak!

Dag twee leidde ons naar het Lauwersmeer. Ik rijd in deze tijd van het jaar zo veel mogelijk met de ramen open. Dat heeft al veel opgeleverd, maar op weg naar Lauwersmeer bracht dat een echt hoogtepunt. Op een bepaald moment en op een op het oog vrij willekeurige plek hoorde ik iets wat erg op een jonge Ransuil leek. Ik stopte voor de zekerheid even om te checken of wat ik had gehoord had klopte. Welnu, dat deed het: een volwassen Ransuil en liefst vier uilskuikens zaten ons vanuit de hoogte aan te kijken! We maakten even snel een paar foto's en lieten het gezin daarna weer snel met rust. Tip aan de jongen: overdag kun je je beter koest houden als je niet van aandacht houdt ;-)


In het Lauwersmeer waren de Wielewalen nog volop in actie. We hoorden er veel en zagen ze kort vliegen. Ook Snor, Cetti's zanger, Nachtegaal en Wielewaal lieten van zich horen en een paartje Baardmannen vloog af en aan van en naar het nest.


We brachten in totaal twee bezoekjes aan de Waddendijk: een keer met laag en een keer met hoog water. Dat leverde bijna alle gangbare zoutwatersteltlopers op, zoals Zilverplevier, Rosse grutto, Kanoet, Bonte strandloper, Krombekstrandloper, Steenloper en Drieteenstrandloper. Twee Dwergmeeuwen en twee Zwartkopmeeuwen waren 'bonusjes' en dat gold ook voor het paartje Brilduikers, dat nog steeds bij het Egbert Schuldinkeiland zwom. De stop daar was sowieso een goede, want naast de Brilduikers zagen we hier ook Grote mantelmeeuw, Pontische meeuw en toch vooral een hoog overtrekkende Wespendief!




Aan de Groninger zijde van het Lauwersmeer moesten we even in de ogen wrijven toen we 12 (!) Zeearenden min of meer bij elkaar zagen zitten. Negen zaten langs de waterkant, drie zochten verkoeling in de schaduw onder een struik! Ook dat had ik nog nooit gezien. Verder konden we hier Temmincks strandloper en Braamsluiper toevoegen. We slopen zo richting het doel van 150, maar de tijd begon inmiddels wel te dringen...

Onze hoop was gevestigd op de combinatie Bochtjesplaat/Ezumakeeg. Daar vonden we inderdaad wat nieuwe soorten: Groenpootruiter, Pijlstaart, een ver overvliegende Koereiger en, bij een boerderij tussen de twee gebieden, zowaar een Ringmus. En natuurlijk de mysterieuze hybride. Maar vanwege het ontbreken van een paar steltlopers die je normaal gesproken wel verwacht, bleef rond een uur of vijf het eindtotaal steken op 147...


Zomerse temperaturen, hard licht, weinig dynamiek en (zang)activiteit en twee vogeldagen die niet bij het krieken van de dag aanvingen: dat alles in ogenschouw nemend is het aantal soorten dat we wisten te registreren nog alleszins aanvaardbaar. En gelukkig gaat het, zelfs op dit soort weekends, niet louter om de kwantiteit. Het waren twee lekkere dagen van ontspannen fanatiek doen en dat is altijd het allerbelangrijkst!




Opmerkingen