LESBOS 2026, DAG 6,7 EN 8: DRIE KEER MOOI S, EEN KEER ZWAAR K...
- 1 dag geleden
- 7 minuten om te lezen
SAMENWERKINGSREIS MET BIRDINGBREAKS.NL, 9-16 MEI 2026
Dag 6 van de reis naar Lesbos stond in het teken van de noordzijde van het eiland. Er ligt daar een veel bezocht en evenveel belovend reservaat dat in geen reis mag ontbreken: het Perasmareservoir. Dit in de rotsige heuvels gelegen kunstmatige bassin huisvest doorgaans een veelzijdige mix aan vogels en door de relatief beschutte en warme ligging zijn er ook veel insecten te vinden die je zo maar kunnen afleiden.
De voorspelde regen voor vandaag kwam inderdaad, maar niet bij ons! Toen we net Skala Kalloni hadden verlaten, bleek het dorp getroffen door een enorme hoosbui. In de verte hebben we ook diverse dreigende wolkenpartijen gezien, maar op een klein buitje onderweg na bleef het de rest van de dag droog en werd het zelfs gewoon weer zonnig en warm. Lichtelijk overdressed spendeerden we de ochtend rondom het bassin en vermaakten ons meer dan goed. We zagen o.a. Kuifkoekoek, Alpengierzwaluw, Roodstuitzwaluw, Balkanbaardgrasmus, Zomertortel, Roodkop- en Grauwe klauwier, Oostelijke blonde tapuit, Slangenarend, Zwarte ooievaar, Ralreiger, Woudaap, Slechtvalk en Eleonora's valk, naast de niet de ontwijken dagelijkse soorten als Bijeneter en Oostelijke vale spotvogel.
Ook troffen we wat achteraf bleek de enige Dwarsbandwimpelstaart van de reis alsmede een Levant witbandheremiet en een paar Kaukasische eekhoorns.








Voor de lunch zochten we een plek langs de kust uit, zodat we al kauwend even over zee konden kijken. Er komen hier twee soorten pijlstormvogels voor, die met een beetje moeite meestal wel te doen zijn. Zij die niet aan de koffie zaten op een nabijgelegen terras (de verleiding was te groot ;-)) konden beide soorten inderdaad bijschrijven: de vrij kleine en pijlsnelle Yelkouan pijlstormvogel en de grotere, loom vliegende Scopoli's. Die laatste was uiteindelijk ook voor de koffieleuten weggelegd, want vlak voor vertek keilde er eentje langdurig en vrij dichtbij langs, soms in een beeld met een groepje Tuimelaars!







Vanaf het lunch/zee-uitkijkpunt volgden we vervolgens een landschappelijk beeldschoon maar onverhard en soms uitdagend weggetje langs de noordrand van het eiland. Dat bracht de nodige soorten die we al eerder hadden gezien, maar toen we stopten voor drie mooi jagende Eleonora's valken werden we eindelijk beloond voor het constant afspeuren van de lucht: een arend (en een keer geen Slangenarend) zweefde bij kijkerbeeld binnen! Ik schreeuwde meteen Schreeuwarend, werd nog even aan het twijfelen gebracht door de luchte ondervleugeldekveren (ik zie ze te weinig ;-)), maar al vlot was de identiteit bevestigd. De vogel leek te willen oversteken naar Turkije, maar werd aangevallen door een Raaf, die 'm weer het land in en ons zicht uit joeg. Gelukkig had iedereen 'm mooi gezien en heerste er tevredenheid alom. Het was het soorttechnische hoogtepunt van de dag, de eerste van drie dagen op rij waarbij de soort die vetgedrukt in het verslag zou mogen begon met de letter S (om het eerste deel van de misschien wat vergezochte blogtitel te verklaren).



De rest van de rit was vooral landschappelijk mooi. Het is door (de soms veel te) overvloedige regenval van de afgelopen maanden erg groen op het eiland. De bewoners hebben daar flink last van gehad, maar de natuur floreert als spreekwoordelijk nooit tevoren. Dat maakt rijden over het eiland al een belevenis op zich. Voeg daarbij dat de wegen soms ook erg steil, smal of stenig zijn en de Lesbos ervaring is compleet!
Toen we uiteindelijk de doorgaande weg weer wisten te bereiken, stond er nog een laatste plek op het programma. Griekse spotvogel ontbrak nog op de triplijst (ze zijn lastig dit jaar!) en daar wilden we graag nog een poging voor wagen. Een korte wandeling leverde helaas alleen een zingend exemplaar op dat zich niet liet zien. Wel troffen we o.a. Rouwmezen, Wielewalen, Maskerklauwieren, Cirlgorzen en een Hop.


Maar toen... Ik was met mijn busje net weer op weg toen ik een telefoontje kreeg van Marnix. Een van de deelneemsters bleek, praktisch achter het busje, op een ongelukkige manier ten val gekomen te zijn en het had er alle schijn van haar pols vervelend gebroken was. En daar hebben we de 'zwaar k...' uit de blogtitel... Een lang verhaal kort: Marnix heeft eerst de groep bij het hotel afgezet en is vervolgens, met twee andere deelneemsters die bijstand verleenden, via de eerste hulp in kalloni in het ziekenhuis in Mitilini terecht gekomen. De pols bleek inderdaad gecompliceerd gebroken te zijn. De boel werd (met slechts lichte, plaatselijke verdoving...) gezet en gegipst en na een uur of vijf was er in ieder geval een voorlopige oplossing. In Nederland zal spoedig een operatie volgen, maar nu kon de ongelukkige deelneemster mee terug naar het hotel. Heel erg sneu en het gezegde dat een ongeluk in een klein hoekje zit, werd maar weer eens onderstreept. Een verkeerde stap en je leven ziet er ineens (in dit geval 'gelukkig' tijdelijk, maar toch) heel anders uit.
De volgende dag vertrokken we, met twee deelneemsters minder (de onfortuinlijke en haar vriendin), richting het befaamde en hooggelegen Ipsilouklooster, maar niet voor we een korte, geimproviseerde stop hadden ingebouwd op een plek om de hoek van ons hotel. Daar waren namelijk Grielen gemeld; ook zo'n soort die je altijd en wanneer het enigszins kan wel wilt meepakken. Helaas zaten ze op zeer grote afstand en was het eigenlijk niet meer dan een kruisje op de lijst; er viel weinig aan te genieten. Maar gelukkig waren er meer soorten voor handen op deze plek: Lachstern, Dwergstern, Wulp, Purperreiger, Strandplevier, Zwartkopmeeuw en een hoog overvliegende Roodpootvalk, bijvoorbeeld.
Ook Koninginnepage en Oostelijk dambordje konden op aandacht rekenen.


Bij het klooster was het prachtig. Ook hier zijn het landschap en de vergezichten al een bezoek waard, maar ook de vogels zijn hier van hoge kwaliteit. Een wandeling omhoog, een lunch op de top en een wandeling weer omlaag leverden vele leuke soorten op: Izabeltapuit, Rouwmees, Bruinkeelortolaan, Rotsklever, Smyrnagors, Maskerklauwier, Blauwe rotslijster, Boomvalk, Alpengierzwaluw, Vale gierzwaluw, Oostelijke orpheusgrasmus en Balkanbaardgrasmus waren hoogtepunten. Qua niet-vogels mogen Oostelijke pijpbloemvlinder (wilde niet zitten...), Tweekleurige parelmoervlinder, Hardoen, Budaks slangenoogskink en Slangenooghagedis het vernoemen waard.













De volgende bestemming was de weg naar het versteende woud (beroemde plek met resten van versteende bomen). Naast dit zeldzame, geologische fenomeen zijn hier meestal ook veel vogels te vinden. Nu was het relatief rustig, maar werd het toch memorabel door de waarneming van een Aziatische steenpatrijs met, naar wat uiteindelijk bleek, minimaal zes jongen! Ook zagen we hier de eeerste Kleine torenvalken van de trip, alsmede Arendbuizerd, Rotsklever, Bruinkeelortolaan, Alpengierzwaluw en Paapje.









Het laatste onderdeel van de dag was de omgeving Sigri. We hadden dit mooie kustplaatsje alleen gepasseerd aan het eind van de weg vanuit Eressos, maar de directe omgeving is evenzeer de moeite waard. En we werden niet teleurgesteld, want na een wederom uitdagend autoritje stonden we aan het eind van de middag oog in oog met...twee Scharrelaars! De vogels zaten op een veldje waar zich ook vele Bijeneters, een Roodkopklauwier en een Maskerklauwier bevonden. Een kleurrijke dagafsluiter, zo gezegd!











Op de laatste dag van de reis stond er een late terugvlucht gepland, zodat we de hele dag nog hadden om lekker wat 'aan te klooien' rondom Kalloni. Toen we net het ontbijt achter de kiezen hadden, kwam er wederom een melding van twee Grielen, met als toevoeging dat ze zich leuk lieten zien op ongeveer dezelfde plek (dus dichtbij ons hotel) als gisteren. Omdat we ze gisteren nauwelijks konden herkennen, waren we wel in voor een herkansing. En inderdaad, de waarneming kreeg een flinke upgrade!


De wandeling vanaf hut 1 van de zoutpannen werd gedomineerd door twee Kroeskoppelikanen: een overvlieger en een vogel die langdurig in een kanaaltje parallel aan de zoutpannen foerageerde. Verder zagen we hier de eerste Witwangsterns van de trip, met daarbij ook Dwergsterns, Witvleugelsterns en Balkankwikstaarten, naast de gebruikelijke zoutpansoorten als Flamingo's en Steltkluten.





Via een koffiestop kwamen we weer bij de Tsiknias rivier terecht. Naast Bosruiters liepen daar nu ook drie Temmincks strandlopers mooi te zijn. Langs het verbindingsweggetje zat de tweede Steenuil van de reis, die zich de aandacht stoïcijns liet welgevallen.



We spendeerden wat meer tijd rond de oost- en zuidkant van de zoutpannen, alwaar we eindelijk een andere eilandspecialiteit- en hoogtepunt in beeld kregen. Beter laat dan nooit: Sporenkivieten! Verder was het vermakelijk met o.a. Witvleugel- Dwerg- en Witwangstern, Kroeskoppelikaan, Temmincks- en Kleine strandloper, Vorkstaartplevier, Ralreiger, Zwarte ibis en Purperreiger.







Hiermee was de koek bijna op, maar we hadden nog een een laatste plek in gedachten: de rivier die we kenden van vorig jaar omdat daar toen ons hotel stond. Hier stonden wat Woudaapjes leuk te poseren, zagen we enkele kleine tanglibellen van de oostelijke ondersoort, maar toen de wind begon aan te trekken, de lucht betrok en het zelfs dreigde te gaan regenen, beschouwden we dat als een mooi, natuurlijk einde van de trip.




Na een vroeg diner met vele vriendelijke, afsluitende woorden ging de terugreis vervolgens zeer voorspoedig en zat de reis er alweer op...!
Deelnemers: zeer veel dank voor jullie gezelligheid en enthousiasme: ik weet dat ik ook namens Marnix spreek als ik zeg dat we een bijzonder fijne week hebben beleefd op een fantastische plek met schitterend weer en prachtige vogels. Wat wil een mens nog meer!?
En nu weer lekker verder in Nederland: ook mooi!




Opmerkingen