LESBOS 2026, DAG 4 EN 5: VAN MISSERTJE TOT APPLAUS!
- 13 mei
- 5 minuten om te lezen
SAMENWERKINGSREIS MET BIRDINGBREAKS.NL, 9 T/M 16 MEI 2026
In het kader van 'vier de successen, maar vertel wel het hele verhaal' (of iets in die richting...): natuurlijk lukt niet op elke reis alles. Op de vierde dag, die ons leidde naar de zuidoosthoek van Lesbos, misten we bijvoorbeeld een soort die vorig jaar nog behoorlijk soepel ging: de Rüppells grasmus. We hoorden hem wel een paar keer zingen, maar we kregen 'm, ondanks een serieuze zoektocht, simpelweg niet in beeld. Heel jammer, maar het zijn dingen die er nu eenmaal bij horen. Wellicht komt er ergens deze week nog een mogelijkheid tot een herkansing. We zagen we op de, overigens wel mooie locatie aan zee, soorten als Aziatische steenpatrijs, Oostelijke orpheusgrasmus, een verrassende Noordse nachtegaal, Kleine zwartkop, Balkanbaardgrasmus, Oostelijke blonde tapuit en Roodkopklauwier. Je merkte wel dat de hoge temperaturen waar we deze dag mee te maken hadden niet hielpen. Vogels kijken bij strak zonnig weer en 25+ graden is heerlijk (we weten hoe het in Nederland is, dus we klagen niet), maar het is wel beduidend harder werken dan bij iets minder zomerse condities.




Na een bakje troost in Loutra leverde een wandeling dit pittoreske dorpje gelukkig wel een nieuwe soort voor iedereen op in de vorm van zeker drie Palmtortels. Ook vlogen hier Alpengierzwaluwen en een Slechtvalk over. Na de (verlate) lunch vorderde de middag al gestaag; hoe kan het toch dat de tijd op dit soort reizen altijd veel sneller lijkt te gaan dan op een gemiddelde dag thuis!?


We staken het eiland weer over in de richting van onze verblijfplaats, maar stopten aan de westkant van de baai van Kalloni om daar te zoeken naar een andere eilandspecialiteit: de Turkse boomklever. Met de vergeefse zoektocht van de ochtend alsmede de hitte in het achterhoofd, vreesde ik een beetje voor wat er komen ging. Maar dat bleek onnodig, want al heel snel hadden we twee mooie Turkse boomklevers in het vizier. Terwijl op de achtergrond de Europese kanaries volop zongen en er Zomertortels koerden, zagen we ze regelmatig foerageren, soms mooi dichtbij. Dat hadden we wel verdiend, vonden we allemaal ;-).
Maar er lag op deze plek nog een ander leuk cadeautje op ons te wachten. Toen de groep bezig was om de boomklevers vast te leggen, wandelde ik even een paadje in langs het beekje. Eerst trof ik daar enkele Kleine oeverlibellen, maar iets later maakte mijn hart een sprong toen ik een libellensoort in de kijker kreeg waar we vorig jaar nog tevergeefs naar gezocht hebben en die sindsdien hoog op mijn verlanglijstje stond (al was het maar vanwege de exotische naam): Oriëntjuffer! En zoals het vaak gaat met libellen, was ook deze in het echt nog mooier dan op de plaatjes!








Op de weg terug naar het hotel reden we nog even langs de zoutpannen (o.a. Kroeskoppelikanen, naast natuurlijk honderden Flamingo's) en reden we via een hobbelweg langs de rivier (bracht geen nieuwe soorten meer) naar een plek waar een groep Bijeneters zich in mooi licht prachtig jagend liet zien.


Dit leek qua vogels het einde van deze dag te worden, maar voor Marnix en mij volgde er toch nog een toegift. Toen we na het diner nog even op het terras achter ons appartement zaten, vloog er eerst een groep Kwakken over, toen een grote groep Flamingo's hoog het eiland af, vervolgens een Nachtzwaluw langs en stond er ook nog eens een geheel wit Damhert (?) in 'de tuin'. Maar het absolute hoogtepunt kwam toen er een Dwergooruil op de elektriciteitskabel verscheen. We konden de vogel in de lamp goed bekijken en precies toen ik een filmpje aan het maken was, kwam het mannetje met een grote groene sabelsprinkhaan aan en bood deze aan aan het vrouwtje. Zij nam het geschenk dankbaar in ontvangst en verslond het soepel. Toen ik na stond te schudden van dit onverwachte moment, kwam het mannetje terug om z'n beloning te innen, waarna een korte paring volgde. Helaas was ik daarvoor dan weer net te laat (qua filmen), maar dat mocht de pret niet drukken. Once in a lifetime, waarschijnlijk!

Op dag 5 (alweer!) begonnen we met een rondje om het hotel. We hebben namelijk twee leuke gebiedjes op loopafstand liggen. In een poeltje hadden sommige deelnemers eerder al een Klein waterhoen gezien en we hoopten natuurlijk dat wij in dat geluk mochten delen. Dat was helaas niet het geval, maar wel zagen we flink wat Kwakken en een Woudaap. Ook leuk!


Een tweede, wat groter nat gebied bracht wat minder vertier, maar eenmaal bij zee werden we verblijd met een stuk of 9 Kroeskoppelikanen maar vooral een langsvliegende, tweedejaars Dunbekmeeuw! Een leukerd, die zeker niet vanzelfsprekend is!




Na de boodschappen reden we naar een reservaatje in de buurt. Het is altijd afwachten hoe een bepaalde plek uitpakt, maar hier vermaakten we ons langer dan ik vooraf had verwacht. Het was leuk, er zat van alles, het weer was wederom zomers, dus al keutelend langs een waterreservoir zagen we in een uurtje of twee soorten als Rotsklever, Zwartkopgors, Arendbuizerd, Slangenarend, Roodpootvalk (hoog!), Alpengierzwaluw (hoog!), Roodstuitzwaluw, Middelste bonte specht, Cirlgors, Rotszwaluw, Casarca, Zwarte ooievaar en Bijeneter. Ook qua vlinders was het onderhoudend, met o.a. Oostelijk dambordje, Koninginnepage en als topper een Grote schaduwzandoog, wat voor iedereen (dus ook voor mij) een nieuwe soort was.





We volgden hierna het weggetje door de bergen en maakten wat korte stops. Op de plek waar we vorig jaar tegen Turkse rombouten aanblunderden, vonden we ze dit jaar ook weer. Wat minder verrassend, maar wel een fijn weerzien!

De volgende bestemming was Lake Metochi, een op het eerste oog vrij oninteressante plas water die dat bij nadere inspectie toch vaak niet blijkt te zijn. Eerst zagen we een Ralreiger, vervolgens een Woudaap en via een Dodaars kwamen we uiteindelijk uit bij... een mannetje Klein waterhoen! Ook dronken hier regelmatig zwaluwen (waaronder Roodstuiten) en werd een Arendbuizerd de tent uitgejaagd door lokale Geelpootmeeuwen. Zowaar niet misselijk!




De laatste uurtjes sloegen we stuk rondom de zoutpannen. Dat elke dag checken hier geen kwaad kan bleek wel toen we twee Vorkstaartplevieren vonden. Deze soort was al een flinke tijd niet meer gemeld, dus we waren er in onze nopjes mee. Verder waren er ook (weer) Kleine- en Temmincksstrandlopers, Kemphanen, Bosruiters, Zwarte ibissen, Ralreigers, Purperreiger, Graszangers, Zwarte ooievaars en Krombekstrandlopers te zien. Leuk en nieuw voor de trip waren 18 Lachsterns die als compacte groep langsvlogen en ronduit spectaculair vond ik de Scheltopusik (drie keer woordwaarde!) die over de weg schoof. Dit is de langste, pootloze hagedis ter wereld en inderdaad een angstaanjagend groot ding!


Als laatste wilden we een eerste poging doen om een volgende specialiteit van het eiland, de Oostelijke rosse waaierstaart, te vinden. En zowaar, ook dit ging geheel volgens plan en in het (wat zachter wordende) namiddaglicht konden we allen genieten van deze subtiel mooie soort, Toen 'ie na z'n schitterende show uiteindelijk wegvloog, kreeg 'ie zelfs een applaus van de groep als bedankje!



Morgen wordt er gefluisterd dat het misschien wel eens wat minder weer kan worden dan de voorgaande dagen. We gaan het zien en wachten af!



Opmerkingen