HONDERD SOORTENDAG: ENIGE EEND, ZELDZAME ZANGERS!
- 30 mei
- 4 minuten om te lezen
MINIBUSEXCURSIE, WOENSDAG 27 MEI 2026
Op de enige dag deze week dat het niet ziedend warm was, vond de laatste voorjaarseditie van de immer volgeboekte en immer leuke Honderd soortendag plaats. Het was wel heel zonnig (dus inclusief de blauwe soep en luchttrilling), maar de temperatuur was aangenaam. We hadden uiteindelijk ook een behoorlijk productieve dag, hoewel dat niet altijd zo voelde. Dat komt, eerlijk is eerlijk, omdat een vrij groot deel van de waarnemingen auditief waren en dat de het aantal vogels dat zich echt mooi lieten zien een beetje lager was dan gemiddeld. Het aantal foto's in het verslag is dat daarmee ook ;-).
We begonnen weer in het Drents-Friese Wold. Een tussenstop op weg naar de eerste wandeling bracht al Bonte vliegenvanger en Appelvink, de eerste 'echte' stop fijne vogels als Draaihals, Gekraagde roodstaart, Grauwe klauwier, Grote lijster, Geelgors, Boom- en Veldleeuwerik en Tapuit.

In het Fochteloërveen gebeurde echter iets dat me nog wel even zal bijblijven. Op het eerste plekje waar we even langer wilden doorbrengen waren we nog niet uitgestapt of boven ons hoofd vliegt een wittige eend. In 99,99% van de gevallen gaat dit, in deze tijd van het jaar, om een vorm van soep/parkeend, maar voor de zekerheid zette ik toch de verrekijker erop. Ik val bijna van verbazing achterover wanneer doordringt waar ik naar kijk: een adulte man EIDER! Oké, landelijk is dit natuurlijk geen zeldzaamheid, maar hier en nu is dit niets minder dan een mega. Niet-vogelaars zullen de euforie en verbazing van een dergelijke waarneming misschien niet helemaal begrijpen, maar als je enigszins gevoel hebt voor soorten en waar ze voorkomen dan zul je begrijpen hoe bijzonder dit is. Aan de Waddenzee is een Eider gewoon een Eider, staand in het Fochteloërveen krijgt de status van de soort een upgrade van jewelste. Leg dat maar eens uit aan de neutrale mensch. De psychologie van de vogelaar: je zou er zo een heleboel artikelen over kunnen schrijven ;-). Hoe dan ook: de vogel vloog recht van ons af richting de plas waar de vogelhut stond, leek te landen, maar daar konden we hem niet terugvinden. Ik had op het moment suprême (natuurlijk) net de camera niet bij de hand en toen ik dat eenmaal wel had, was de vogel al een flink eind doorgevlogen. Maar hij is nog goed herkenbaar, deze nieuwe soort voor het gebied!


Verder leverde het veen ook iets voorspelbaardere, maar desalniettemin leuke soorten als o.a. Kraanvogels, Fluiter, Wielewaal, Waterral, Spotvogel, Grauwe vliegenvanger, Groene specht, Zeearend en een mooi overvliegende Wespendief op.



Op de plas net buiten het veen bleken 'onze' Toendrarietganzen en de Kleine rietgans nog steeds aanwezig en niet van elkaars zijde te wijken en waren tevens Oeverzwaluwen, een Pontische meeuw en een Oeverloper te bewonderen. Wederom leuk en zo verlieten we het gebied eind mei met Toendrarietgans, Kleine rietgans en Eider, maar dus ook met Wielewaal en Grauwe klauwier. Best een bizarre combinatie van soorten!

Omdat flexibiliteit een ingrediënt is van (bijna) alle excursies, gooide ik er ook nu een vleugje in. Eerst middels een poging om de Orpheusspotvogel bij Assen te zien en vervolgens om de Krekelzanger bij Zeijen te onderscheppen. En beide lukte, waarmee we dus zomaar twee zeldzame zangvogels aan het daglijstje konden toevoegen!







Met wat vertraging koersten we vervolgens richting Lauwersmeer (met onderweg o.a. Boomvalk). De eerste stop, bij camping De Pomp, was goed voor o.a, Baardman, Cetti's zanger, Bosrietzanger en Blauwborst. Even meende ik in de verte een Bijeneter te horen, maar helaas bleef een definitieve waarneming uit.
Eerder die dag was er een zingende Roodmus gevonden nabij Wierum. 'Helaas' betrof het een tweedejaars mannetje; die zijn qua uiterlijk vrij saai. Maar de zang van een Roodmus, jong of oud, daar word je al heel gelukkig van! Vandaar dat we besloten een poging te wagen (leve de flexibiliteit). En het bleek dat we met de neus in de boter vielen. Waar sommigen flink lang moesten wachten of op verkeerde plekken postten (de vogel was gedurende de dag flink mobiel), kozen we min of meer per ongeluk voor de juiste plek en de juiste tijd. Enkele minuten na onze aankomst begon de vogel te zingen. Een strofe of tien, luid en duidelijk, maar net achter het gebladerte. Pas te laat had ik de tegenwoordigheid van geest om, bij gebrek aan fotomogelijkheden, een filmpje op te nemen. De laatste strofe stond er nog net op, waarna de vogel weer stil viel en wij ons geluk koesterden!
Vanaf de zeedijk bij Paessens konden we vervolgens de eerste steltlopers van de dag zien. Vooral Kanoeten, Zilverplevieren, Bonte strandlopers, Drieteenstrandlopers (voorbijvliegende groepjes) en Bontbekplevieren trokken de aandacht en ook de laatste Rotganzen en wat onvolwassen Grote mantelmeeuwen waren aanwezig.
Een ritje door o.a. de Bantpolder was goed voor Zwarte roodstaart, Kemphanen, Kleine zilverreiger, Ringmus en de gek genoeg eerste Kneuen van de dag. De Ezumakeeg zorgde voor de traditionele afsluiting en daar ging het nog even hard: kempende Kemphanen (niet nieuw, wel prachtig), Dwergmeeuw, Snor, Roerdomp, Krombekstrandloper, Steltkluut, Zomertaling en Groenpootruiter waren enkele van de soorten die ons totaal uiteindelijk op 125 brachten! Met een ongebruikelijke eend en drie zeldzame zangvogels plus toch al met al best wat leuke soorten was het, wat mij betreft, wederom een geslaagde editie.


Het was zoals gezegd de laatste van dit voorjaar, in augustus en september ga ik verder en voor de meeste edities is nog plek. Mocht je binnenkort nog mee willen: er is bijvoorbeeld nog beschikbaarheid voor de Weerribben (met vaartocht) op 8 juni en de Achterhoek op 10 juni. Wees welkom!




Opmerkingen