TE-XL: DE HEERLIJKHEID VAN TEXEL AAN DEN LIJVE!
DRIEDAAGSE MINIBUSEXCURSIE, 13-15 OKTOBER 2026
Er zijn op Texel twee plekken die zich 'De Heerlijkheid' (of een variant daarop) noemen. Aangezien ik me geen betere blogtitel kon bedenken en er volgens mij geen copyright op de naam bestaat, gooi ik hem er hier ook nog maar eens in. Het dekt de lading van de afgelopen driedaagse excursie namelijk treffen. Een heel leuke groep deelnemers, ontzettend veel vogels, wat leuke, bescheiden eigen vondstjes en enkele leuke zeldzaamheden die we makkelijk konden meepikken zonder rare bokkensprongen te hoeven maken en zonder in grote meutes terecht te komen (zoals dit weekend zal gebeuren tijdens het Dutch Birding vogelweekend), kortom: vogels kijken zoals je dat wenst op deze fijne plek in deze spannende tijd van het jaar.
Zoals het eigenlijk altijd gaat, heb ik vooraf geen programma in mijn hoofd. Wat we gaan doen en waar we terecht komen laat ik afhangen van de omstandigheden, het weer, wat er zich op dat moment in de lucht afpeelt of lijkt af te spelen en eventueel de soorten die er ontdekt zijn. Flexibiliteit ten top, dus, wat dé manier is om een vogeltrip zo productief mogelijk te laten verlopen.
Toen we dinsdag aankwamen, was het bewolkt en stond er een stevige wind. Maar...er was ook een gigantische beweging en aankomst van vooral lijsters! Overal hoorde je Koperwieken, Merels, Zanglijsters met daartussen enkele Kramsvogels, de bosjes zaten stampvol en op elk grasveldje liepen wel vogels hun energievoorraad bij te vullen. Zonder dat het meteen spectaculaire soorten opleverde was dit wel een fenomeen dat meteen als hoogtepunt aangemerkt kon worden. Omdat het ons dus al gelijk om de oren vloog, besloten we dat het ook niet nodig was om meteen ver het eiland op te rijden, maar bleven we op de zuidpunt. Toevalligerwijs was er de dag ervoor in de NIOZ-haven een jonge Kuifaalscholver gezien, dus nadat we ons hadden vergaapt aan de eerste ladingen lijsters, checkten we 'om de hoek' van de veerhaven meteen maar even of deze vogel er nog zat. En jawel, exact op het basaltblok waar 'ie gisteren zat, zat 'ie nu weer. De eerste nieuwe soort voor een van de deelnemers was zo meteen al binnen!


Intussen bleven de lijsters vliegen en hielden we dus oren en ogen open voor misschien iets afwijkends. Verder dan Vinken en Gras- en Oeverpiepers kwamen we in eerste instantie echter niet. De volgende uurtjes spendeerden we rondom de Mokbaai, waar veel van de 'algemene' steltlopers werden gezien. Daarnaast konden ook soorten als Kleine zilverreiger, Baardman, Waterral, Lepelaar, Cetti's zanger, Middelste zaagbek, Eider, Brilduiker en Roodkeelduiker aan de triplijst worden toegevoegd. Leukste soort hier was een sterntje, dat ver in de Mokbaai vloog maar uiteindelijk kon worden ontmaskerd als eerstejaars Noordse stern. Een wandeling richting de Horsmeertjes leverde veel Tjiftjaffen en wat Zwartkoppen op, maar de Bladkoning, die ik een keer hoorde roepen, moest z'n plek op de lijst later nog maar verdienen.


Om zo min mogelijk kilometers te maken en dus zo veel mogelijk buiten te kunnen zijn, reden we vervolgens richting het nabijgelegen Grote vlak. Doel was om bij paal 9 even over zee te kijken, maar we werden flink opgehouden door de soorten in Grote vlak zelf. Hoogtepunten hier waren een Rouwkwikstaart (zie ik niet zo vaak in het najaar!), twee Pontische meeuwen en een volwassen Geelpootmeeuw. Omdat dit geen alledaagse soort op Texel is, wilde ik toch even een bewijsplaatje maken. De knalgele poten zijn dan wel het handigste en meest sluitende determinatiekenmerk, maar het blijkt dat zwemmende meeuwen hun poten akelig lang uit zicht kunnen houden, zelfs als ze badderen. Maar afijn:




Aan zee was het relatief rustig, maar zagen we wel de eerste Zwarte zee-eenden, Jan van Genten en Alken van de trip.
Op weg naar de een stukje bos, waar ik de luwte wilde opzoeken voor het vinden van hopelijk wat zangvogels, kwamen we langs een plekje dat er veelbelovend uitzag voor Bokje. Uiteraard had ik de warmtebeeldcamera bij me. Ik had het ding nog maar nauwelijks aangezet of ik zag al een stipje oplichten aan de waterkant. De enige vogel in het plasje bleek inderdaad een Bokje! Het beestje bewoog behoedzaam en karakteristiek en het duurde even voor het op een iets minder begroeid stukje van het plasje was aangekomen, maar daar liet het zich uiteindelijk prachtig zien. Een najaars/winterfavoriet, dus genieten!

Een wandeling in het bos was goed voor wat algemene soorten, maar echt spannende 'flockjes' kwamen we niet tegen. Toch verlieten we het bos met een glimlach, want weer bewees de warmtebeeldcamera dat het tegenwoordig een onmisbaar item is. Een Houtsnip bleek vlak langs het pad te zitten en was daar even heel erg mooi en gelukkig voor iedereen te zien. Toen de aandacht hem toch wat te veel werd, liep de vogel verder het bos in.

Inmiddels werd het tijd om noordwaarts te rijden richting ons hotel in De Cocksdorp. Langzaam reden we door polder Waalenburg toen mijn oog viel op een wat raar gevormd schaap. Het bleek een jonge Zeearend! Leuk, die zie je op het eiland ook niet gek vaak! En alsof het nog niet genoeg was, troffen we in een sloot langs de weg een tweede Bokje.


We eindigden dag één op het Wad boven De Cocksdorp, alwaar o.a. een late, juveniele Dwergstern, Grote sterns, Toendrarietganzen en Kanoeten onze dag/triplijst zowaar over de 100 tilden!




Op de tweede dag bleek de wind in de eerste uren uit een vrij gunstige hoek voor wat zeetrek te waaien. Heel veel vloog er niet, maar over de kwaliteit hadden we weinig te klagen. We zagen veel Roodkeelduikers zuidwaarts vliegen, maar de enige duiker die de andere kant op vloog bleek een IJsduiker te zijn! We zagen de vogel op relatief korte afstand, maar ik pikte 'm te laat op voor een bewijsje. De in totaal drie (eerst één, later twee samen) Grote zee-eenden kon ik zowaar wel vastleggen. Verder was het vermakelijk met Jan van Genten, Alken, Grote sterns en jagende Kleine jager.



Het voordeel van meer tijd op het eiland is dat je ook eens wat langer de tijd kunt nemen voor bepaalde plekken die dat verdienen. De Lange Dam is zo'n plek die op een dagexcursie teveel tijd kost, maar die we nu wel bewandelden. Qua zangvogels bleek het een stuk rustiger dan gisteren (je kunt voor veel vogels beter wat turbulenter weer hebben dan het zeer rustige nazomerweer wat we deze dag hadden), maar desalniettemin zagen we o.a. twee Strandleeuweriken en een Kleine barmsijs en vloog er een roepende Grote pieper over. In de blauwe soep kregen we die helaas niet in het vizier. Een 'ringtail' Blauwe kiekendief was ook een fijne waarneming. Daarnaast was het gewoon een genot om lekker te wandelen in de wellicht laatste 20-gradendag van het jaar?


De middag was al aardig gevorderd toen we bij de minibus terugkwamen en dat moment viel samen met de melding van een zingende (!) Pallas' boszanger ergens in de Staatsbossen. Omdat dit de mooiste najaars-phylloscopus is (let op: dit is geen mening, doch een feit!) en de soort bovendien nieuw was voor de meesten, besloten we een poging te wagen. Uiteraard weet je vooraf dat zo'n klein beestje in een groot bos een lastig verhaal zou zijn en dat bleek ook. Maar toch lukte het uiteindelijk iedereen om de vogel te zien, de een natuurlijk wel beter en langer dan de ander. Leuk was dat er ook een Bladkoning bij aanwezig was en dat de beide vogels soms gelijktijdig aan het roepen waren! Zien is al moeilijk, fotograferen is helemaal uitdagend. Dat lukte dan ook niet, kijk maar.

Toen we de vogel aan het vieren waren met een kopje koffie in de zon, riep er ineens keihard een Kleine bonte specht recht boven ons. Dit is een soort die op Texel bijna zeldzamer is dan een Pallas' boszanger, dus een bewijsje is dan wel op z'n plaats. Ik had, om mijn schouder verlichting te geven, mijn camera net even in de bus gelegd, maar gelukkig was deelneemster Jacqueline alert genoeg om de vogel te vereeuwigen voor deze weer het bos in vloog.

We sloten de dag af bij de IJzeren kaap, alwaar we drie Alken, zo'n 15 Geoorde futen maar vooral een zeldzame Kuifduiker vonden. Leuk!




Op dag drie treuzelden we het eerste uurtje wat op de noordpunt bij het Renvogelveld. Niet alleen deden we dat vanwege weer aardige aankomst van zangvogels, maar ook omdat de gebroeders Van der Meer (vaste en scherpe Texelgangers) een 'zeldzame tapuit' hadden gevonden op de Eierlandse dam. De vogel was daar snel vanaf gevlogen richting de Tuintjes, dus in afwachting van en eventuele terugvondst deden wij een poging om de vogel (welke soort was aanvankelijk nog even onduidelijk) op de noordpunt te treffen. Het duurde niet lang voordat de determinatie rond was en kort daarna werd ook de vogel in kwestie teruggezien, ongeveer 500 meter ten zuiden van waar wij stonden. Het bleek te gaan om een Kaspische roodborsttapuit, een ondersoort van de Aziatische roodborsttapuit met een relatief heel klein verspreidingsgebied rond de Kaspische zee. Dit zou de vijfde voor Nederland zijn en bizar genoeg al de tweede voor Texel dit najaar! Voor mij was dit een nieuw taxon, voor de rest zelfs een nieuwe soort, dus het plan was snel gesmeed: in gestrekte draf (nou ja...) naar de plek! Aangekomen bij de twee handenvol vogelaars die er al waren, vielen we meteen met de neus in de boter. De Kaspische roodborsttapuit was behoorlijk vliegerig, maar toch regelmatig te zien in gezelschap van drie 'gewone' Roodborsttapuiten. Ontzettend mooie ontdekking van Frank en Robert en daarnaast heel fijn dat ons verblijf, naast de leuke soorten die we zelf al zagen, ook nog werd opgesierd door een vogel die het predicaat 'knaller' verdient!




Toen we op het punt stonden om weg te gaan, hoorde ik vanuit de verte een leuke gors aankomen. Aanvankelijk hoorde ik alleen de triller en dacht ik even dat het een Sneeuwgors was, maar het bleek zowaar een IJsgors. En met die Sneeuwgors kwam het een kwartiertje later goed, toen we oog in oog stonden met een rondscharrelend exemplaar. Wat een ochtend!


De wandeling rond de noordwestpunt sloten we af met de waarneming van een grote groep Jan van Genten boven zee, een in Nederland geboren en geringde Pontische meeuw op het strand en een groepje van zes Paarse strandlopers nabij de dam.



Tja, wat moet je nog na zo'n ochtend? Er leek verder weinig beweging in de lucht, het waaide inmiddels vrij stevig uit de zuidwesthoek, het meest kansrijk leken me dus gebieden met steltlopers en ruige akkers. We positioneerden ons aan het begin van de middag derhalve bij het Diepe gat en in de luwte was het daar prima toeven. Zwarte ruiters, Kanoeten, Zilverplevieren en andere steltlopers waren leuk tijdverdrijf, maar iets nieuws, laat staan zeldzaams kwam er niet tevoorschijn. Een kolibrievlinder op een nog bloeiende kamperfoelie was nog wel geinig.
Vanuit hier staken we het eiland over en zakten we langs de Waddenkust zuidwaarts af. Een akker met o.a. drie Tapuiten, veel Veldleeuweriken en Goudplevieren hield ons nog het langst bezig. Vooral een erg oranje exemplaar (Groenlandse ondersoort?) was prachtig. Ook een Noordse kauw is nooit te versmaden



De haven van Oudeschild was rustig en zo kwamen we op onze laatste locatie van de driedaagse: Prins Hendrik Zanddijk. Daar zaten zoals gebruikelijk veel vogels (o.a Bontbekplevieren, Goud- en Zilverplevieren, Kanoeten, Rosse grutto's, Bonte strandlopers en Kleine zilverreigers) en was Grote zaagbek (een groepje van zeven dat als compacte groep aan het jagen was) de laatste soort die we konden bijschrijven. Daarmee kwam de totaallijst van drie dagen vogels kijken op 127 soorten; helemaal niet gek! Maar veel belangrijker: het waren drie heel ontspannen en gezellige dagen geweest. Deelnemers: dank hiervoor en tot een volgende keer!







Opmerkingen