***PRIVÉ-EXCURSIE: DIESELDAG***

Vergis u niet: ik heb deze titel niet gekozen vanwege het feit dat we een dag lang buitenproportioneel veel fijnstof en CO2 de atmosfeer in hebben lopen pompen (hoewel we in deze tijd helaas wel met eigen auto's achter elkaar aan moeten rijden en het minibusje werkeloos staat te zijn). Nee, het was er simpelweg eentje die een beetje langzaam op gang kwam. Maar zoals het een goede diesel betaamt: Toen we eenmaal warm gedraaid en doorgeschakeld waren, ging het ook ineens hard en kwam alles goed!

Ik (Martijn) mocht gisteren op pad met vrienden Jankees, Michiel en Tessel. Ook zij waren inmiddels oude bekenden en ik wist dus, wat er ook ging gebeuren en wat we ook zouden zien, dat het in ieder geval een gezellige dag zou worden. Ze hadden zoals gebruikelijk een wensenlijstje ingediend, waarop één soort bovenaan stond: de Roodhalsgans! Welnu, dat is natuurlijk een ingrediënt die de dag voor mij bij voorbaat niet te versmaden zou maken (zie voorgaande blogs), nu was het alleen nog een kwestie van de soort "even" vinden en kijken wat we in de slipstream allemaal nog meer zouden kunnen meepikken.

Omdat er al een week twee Roodhalsganzen schijnen rond te hangen in het Zuidlaardermeergebied (en ze worden sporadisch en letterlijk in alle hoeken van het gebied wel gezien), deden we eerst daar een poging, dat om de kansen zo groot mogelijk te maken.Omdat Jankees eerst nog een afspraak in Groningen had, begonnen we halverwege de ochtend, iets later dan gemiddeld. Echter, zoals de reeds uitgelegde titel al suggereert, kwam één en ander wat haperend en moeizaam op gang. De groepen die we konden checken bestonden slechts uit Brand- en Kolganzen en vanwege vliegtuigjes en een traumaheli was er regelmatig grote paniek onder de aanwezige ganzen. Ook dat vergrootte de kansen niet, waardoor we na twee uur het gebied verlieten zonden Roodhalsganzen, maar wel met "troostprijzen" in de vorm van het paartje Zeearend (vrouw lijkt inmiddels te broeden; we zagen haar indrukwekkende kop boven de nestrand uit steken), enkele Waterpiepers, Geelgorzen, een vroege, zingende Tjiftjaf en een Sperwer op een hek.

Geelgors
Zeearend
Man Zeearend op wacht, terwijl het vrouwtje broedt.

Ook de tweede bestemming werkte niet helemaal mee zoals gehoopt. In de Onlanden overwintert al een tijdje een Ruigpootbuizerd en we hoopten die vogel wellicht enigszins leuk in de kijker te kunnen krijgen. We vonden 'm echter al vrij snel (vanuit de auto's), maar toen we eenmaal veilig geparkeerd hadden, was de vogel ineens onvindbaar. Blijkbaar was 'ie ergens in het onoverzichtelijke terrein geland en dan is het lastig zoeken. Een korte wandeling leverde nog wel o.a. een Blauwe- en Bruine kiekendief alsmede vier overvliegende Lepelaars op. Leuk dat zij weer binnen druppelen! Noemenswaardige fotomomenten leverde deze stop niet op, dus besloten we de "Quest for the Red-breast" nieuw leven in te blazen. Omdat er recentelijk geen Roodhalsgans-waarnemingen meer zijn geweest langs de Waddenkust en omgeving behalve de twee vogels die ik eerder deze week vond in het Brandganzengeweld van de Anjumer Kolken, restte ons dus weinig anders dan ons andermaal onder te dompelen in tienduizenden vogels, in de hoop het paartje van eerder deze week terug te vinden of tegen een nieuwe aan te blunderen. De akkers rondom het Friese Anjum zijn geweldig rijk aan vogels (en dan dus vooral Brandganzen), maar zijn vrijwel louter te checken vanuit de auto. Wanneer je dan in losse voertuigen zit, is dat niet ideaal en ook niet echt leuk, maar als je dat even loslaat is het wel een enorm indrukwekkend aangezicht. De lappendekens vol ganzen met bijbehorend geluid zijn de soundtrack van de winter en hoewel ik erg veel zin heb in het voorjaar, raak ik hier nooit op uitgekeken. Maar we waren hier natuurlijk met een doel, en één ding was duidelijk: zo soepel als het afgelopen maandag ging, ging het nu niet. Groep na groep werd tevergeefs doorgeplozen en net toen we de handdoek in de ring wilden gooien, zag ik Michiel in de auto achter me ineens met een brede lach wild met vuisten zwaaien. Dat kon maar één ding betekenen: hij had de kick meegemaakt om zelf een nieuwe soort te vinden. Iedereen die dat wel eens heeft meegemaakt weet hoe fijn dat voelt, zeker als je het eigenlijk niet meer verwacht. En als het dan ook nog eens zo'n prachtige soort is, is het helemaal geweldig. Ondanks dat het eigenlijk mijn taak als gids is om de soorten te vinden, wat dit scenario veel mooier. Bovendien: met deze aantallen vogels is het een kwestie van het samen doen; hier is het absoluut zo dat meer ogen de kansen aanzienlijk vergroten.

Afijn, al snel had ik de vogel ook in beeld en nadat we behoedzaam uitstapten lukte het om de vogel uiteindelijk prachtig in de telescoop te bekijken. Heerlijk en betreft weer een nieuwe vogel (een mannetje), waarmee de teller van de laatste weken inmiddels op VIJF verschillende vogels en een hybride staat. En dat terwijl de Roodhalsganzenexcursie nog moet komen ;-). Kon minder!

Roodhalsgans tussen enkele Rot- en duizenden Brandganzen!
Roodhalsgans (Foto: Jankees Ruizeveld)

Naast de enorme aantallen ganzen waren ook de vele Kieviten en Goudplevieren noemenswaardig. Bovendien zwom een paartje Wilde zwaan in één van de slootjes; altijd fijn!

Wilde zwaan toont z'n meest onnozele blik. Links Smienten.
Goudplevieren

Na deze apotheose was het tijd voor de haven van Lauwersoog, want hoe vier je een nieuwe soort en eigen vondst nou beter dan met een portie kibbeling!? Onderweg zagen we tussen neus en lippen door nog even twee leuke wintergasten; de één heel mooi, de ander behoorlijk zeldzaam: een paartje Nonnetje en een adulte Witbuikrotgans!

Nonnetjes
Witbuikrotgans tussen Rotganzen
Toen het kleine groepje een stukje verplaatste, was de 'Witbuik" er ook makkelijk uit te halen!
Another day at the office ;-) (Foto: Michiel)

Het was inmiddels half vijf en tijd voor moeilijke keuzes. Waarmee zouden we het laatste uurtje licht gaan vullen voor we een poging zouden doen de Oehoe in beeld te krijgen. De opties: de Groninger zijde van Lauwersmeer of nog een wandeling op de kwelder in de hoop op Velduilen. De keuze ging uit naar het laatste. Een gokje, want de Velduilen lieten zich de laatste tijd maar moeizaam zien en de noordenwind maakte het bovendien een frisse aangelegenheid, maar we gingen ervoor. Vrij snel was duidelijk dat de keuze een goede was geweest, want we vonden zowaar al meteen een andere uilensoort op een manier die prachtig was. Waarschijnlijk door de noordenwind hadden drie Ransuilen de buitenkant van een conifeer uitgezocht om in de luwte de tijd tot donker te doden. Vooral één (mooi warm gekleurd) exemplaar zat daardoor open en bloot te tukken!

Ransuil zoals je 'm wilt zien!

De kwelder was inderdaad koud, maar bleek ook onverwacht rijk aan... Velduilen! We zagen er in totaal wel een stuk of tien rondflappen, jagen, zitten en ruziën met lokale Torenvalken, Blauwe kiekendieven en elkaar! Een prachtig schouwspel! in een prachtig, weidse omgeving die (ook) nooit verveelt!

Velduil!
Dit exemplaar zag ik ineens vlak voor ons in het helmgras zitten. Snapt u nu waarom deze soort in het Engels "Short-eared owl" heet?
Af en toe rustten de vogels op wat hogere uitkijkposten (Foto: Jankees Ruizeveld)

Toen we zeer tevreden terugliepen, scharrelden er ineens vier zangvogels naast ons in de ruigte. Het bleek een heel fijne bonus te zijn in de vorm van vier IJsgorzen! Het begint inmiddels aardig laat te worden voor deze soort (de meeste zijn inmiddels op de weg terug naar boven de poolcirkel) en het was ook wat weken geleden dat ik de laatste aan de grond had gezien, maar ze zijn er dus nog! Fijne soort, heel fijne waarneming!

IJsgors
IJsgors

Het ging nu dus ineens hard met de leuke waarnemingen; de diesel was flink op stoom gekomen. Dat beloofde veel goeds voor de laatste soort die "op het programma" stond. De Oehoe, die al wat jaren ten zuiden van het Lauwersmeer overwintert, is echter een lastpak. Soms zit 'ie er gewoon en denk je eindelijk een soort regelmaat in z'n gedrag te hebben ontdekt om 'm vervolgens ineens weer weken kwijt te zijn. Vandaag ging het echter geweldig. Aangekomen op de plek zat de vogel al klaar in een boom, waaruit hij al snel wegvloog om een akker over te steken. Een jongen op een fiets moet werkelijk een prachtig zicht op de vogel hebben gehad; de Oehoe vloog bijna recht op hem af om boven hem te landen. Hij had het gelukkig door en wist blijkbaar